Ons verhaal voor de jeugd
Ter gelegenheid van de kerst even een onderbreking van het lopende verhaal voor de jeugd: nu het zevende deel van het kerstverhaal ’De wonderlijke kerst van vadertje Panov’, van de Russische schrijver Ljev Nikolajevitsj Tolstoj, vertaald en bewerkt door Leni Hof-Hoogland.
‘De wonderlijke kerst van Vadertje Panov’ (6)
Vadertje Panov hoorde haar niet eens. Hij keek bezorgd naar buiten. Zou Jezus voorbijgekomen zijn toen hij het kindje zat te voeden?
“Is er iets?” vroeg de jonge vrouw vriendelijk.
“Heb je gehoord van Jezus, die met Kerstmis is geboren?” antwoordde de schoenmaker.
De jonge vrouw knikte.
“Hij komt vandaag”, zei vadertje Panov. “Dat heeft hij beloofd.”
En hij vertelde haar de droom die hij had gehad – als het een droom was, tenminste.
De jonge vrouw luisterde geduldig, van het begin tot het eind. Ze keek hem aan, alsof het haar allemaal ongelooflijk voorkwam, maar ze klopte de oude schoenmaker vriendelijk op zijn hand en zei: “Ik hoop dat uw droom uitkomt. U verdient het, alleen al omdat u zo goed bent geweest voor mij en mijn kind.”
Daarna vervolgde zij haar tocht.
Vadertje Panov deed de deur achter haar dicht en nadat hij een pannetje koolsoep had klaargemaakt voor zijn avondmaal, ging hij weer bij het raam zitten.
Vele uren verstreken. Mensen kwamen en gingen. Maar Jezus kwam niet.
Eindelijk begon vadertje Panov te vrezen, dat hij er wel was geweest, maar dat hij hem niet had herkend.
Misschien was hij net voorbijgekomen toen vadertje Panov het vuur opstookte om de soep te koken! De oude schoenmaker kon niet langer stilzitten. Hij ging in de deuropening staan en keek naar buiten.
(wordt vervolgd)