Ons verhaal voor de jeugd
Ter gelegenheid van de kerst even een onderbreking van het lopende verhaal voor de jeugd: nu het vierde deel van het kerstverhaal ’De wonderlijke kerst van vadertje Panov’, van de Russische schrijver Ljev Nikolajevitsj Tolstoj, vertaald en bewerkt door Leni Hof-Hoogland.
‘De wonderlijke kerst van Vadertje Panov’ (4)
Vadertje Panov voelde zich een beetje boos worden. Hij had wel wat anders te doen, dan op de uitkijk staan naar straatvegers. Hij wachtte op God, op de koning, Jezus. Hij draaide zich ongeduldig van het raam af en wachtte totdat de oude man gepasseerd zou zijn. Maar toen hij weer naar buiten keek, was de straatveger aan de andere kant van de straat, tegenover zijn winkeltje.
De man had zijn kruiwagen neergezet, wreef zijn handen en stampte met zijn voeten. Vadertje Panov kreeg medelijden met hem. De arme straatveger zag er inderdaad erg koud uit. En stel je dat eens voor: werken op de eerste kerstdag!
Vadertje Panov tikte tegen het raam, maar de oude man hoorde het niet. Daarom liep hij naar de deur en zette deze open.
“Hé!” riep hij uit de deuropening vandaan. “Hé, oude man!”
De straatveger keek bezorgd om zich heen – de mensen behandelden hem vaak erg lelijk vanwege zijn beroep – maar vadertje Panov glimlachte tegen hem.
“Heb je trek in een kop koffie?” riep hij. “Je ziet er uit of je half bevroren bent.”
De straatveger liet zijn kruiwagen direct in de steek.
“Graag”, zei hij, terwijl hij het kleine winkeltje binnenkwam. “Erg vriendelijk van u, erg aardig.”
Vadertje Panov roerde in de grote koffiepot op de kachel.
“Het is het minste wat ik doen kan”, zei hij over zijn schouder. “Het is tenslotte Kerstmis.”
De oude man snoof. “Ik heb van Kerstmis verder niets te verwachten”, zei hij. Hij pakte het kopje koffie aan, dat vadertje Panov hem aanbood en schuifelde dichterbij om zich te warmen bij de kachel. Dunne wolkjes stoom stegen op uit zijn vochtige kleren en een zurige lucht verspreidde zich door de kamer.
Vadertje Panov ging weer op zijn plaats bij het raam staan en keek links en rechts uit over de straat.
“Krijgt u bezoek?” vroeg de oude straatveger nors. “Sta ik in de weg?”
Vadertje Panov schudde zijn hoofd. “Ik … tja, heb je wel eens van Jezus gehoord?” vroeg hij.
“Dat is dezelfde als God, niet?” vroeg de oude man.
“Hij komt vandaag”, antwoordde vadertje Panov.
De oude man staarde hem verbaasd aan, en veegde langzaam zijn neus af aan de mouw van zijn jas. Vadertje Panov vertelde hem wat hem was overkomen. “Daarom sta ik op de uitkijk”, besloot hij zijn verhaal.
(wordt vervolgd)