Ons verhaal voor de jeugd
Ter gelegenheid van de kerst even een onderbreking van het lopende verhaal voor de jeugd: nu het tweede deel van het kerstverhaal ’De wonderlijke kerst van vadertje Panov’, van de Russische schrijver Ljev Nikolajevitsj Tolstoj, vertaald en bewerkt door Leni Hof-Hoogland.
‘De wonderlijke kerst van vadertje Panov’ (2)
Vadertje Panov was nooit naar school geweest en hij kon niet zo heel goed lezen, zodat hij met zijn vinger langs de regels gleed en de woorden hardop uitsprak.
Hij las het verhaal van Kerstmis. Hij las hoe een klein jongetje, Jezus, werd geboren, niet in een veilig warm huis, maar in een stal, omdat er geen plaats in de herberg was.
“Och, och”, mompelde vadertje Panov, terwijl hij aan de punten van zijn snor trok, “waren ze hier maar gekomen. Dan hadden ze op mijn lekkere bed kunnen slapen en ik zou het kleine jongetje toegedekt hebben met mijn warme lappendeken. Ik zou graag wat gezelschap hebben en een kindje om mee te spelen.”
Vadertje Panov stond op en pookte het vuur op. Buiten werd het mistig en donker. Hij draaide de lamp wat hoger. Hij schonk een kop koffie voor zichzelf in en ging verder met zijn boek.
Hij las over rijke mannen, die de woestijn doortrokken om het kleine jongetje Jezus geschenken te brengen – geschenken van goud en heerlijk ruikende kruiderijen.
“Och, och”, zuchtte vader Panov, “als Jezus hier kwam, zou ik niets hebben om aan hem te geven.” Maar opeens glimlachte hij en pretlichtjes dansten in zijn ogen achter de ronde brillenglazen. Hij stond op, ging naar dezelfde hoge plank en pakte een stoffige doos met een touwtje erom. Hij maakte de doos open en haalde er een paar heel kleine schoentjes uit. Hij nam in elke hand een schoentje en bekeek ze langdurig. Het waren de mooiste schoentjes, die hij ooit had gemaakt.
“Die zou ik hem hebben gegeven”, mompelde hij tenslotte en hij deed ze toegewijd weer in de doos. Daarna liet hij zich weer in de grote rieten stoel zakken. Hij zuchtte diep en boog zich weer over het boek.
Of het nu van de warme kachel kwam of omdat het al laat was, wie zal het zeggen, maar het duurde niet lang of de magere vinger van vadertje Panov gleed van de bladzijde, zijn brilletje met de ronde glazen zakte van zijn neus en hij viel in slaap.
(wordt vervolgd)