Ons verhaal voor de jeugd
Ter gelegenheid van de kerst even een onderbreking van het lopende verhaal voor de jeugd: nu het vijfde deel van het kerstverhaal ’De wonderlijke kerst van vadertje Panov’, van de Russische schrijver Ljev Nikolajevitsj Tolstoj, vertaald en bewerkt door Leni Hof-Hoogland.
‘De wonderlijke kerst van Vadertje Panov’ (5)
De straatveger zette zijn kopje neer en schudde somber zijn hoofd. “Veel geluk gewenst”, zei hij, terwijl hij naar de deur liep. “En bedankt voor de koffie.” Hij glimlachte voor de allereerste keer. Daarna liep hij gehaast de straat op en pakte zijn kruiwagen.
Vadertje Panov stond in de deuropening en keek de straatveger na. Hij tuurde naar links en hij tuurde naar rechts. Er was een helder winterzonnetje en de stralen gaven zelfs een beetje warmte en deden het ijs op het raam en op de gladde keistenen smelten.
Er kwam nu meer mensen op straat; enkele dronken lieden wankelden naar huis na het feest van de afgelopen nacht. Families in hun mooiste kledij haastten zich voort voor een bezoek aan familie en vrienden. Ze knikten en glimlachten tegen vadertje Panov, die daar in de deuropening van zijn winkeltje stond.
“Prettige kerst gewenst, vadertje Panov”, riepen ze.
En de oude schoenmaker knikte en glimlachte terug, maar hij hield ze niet aan … hij kende hen allen bij naam. Hij wachtte op iemand anders.
Hij was net van plan de deur te sluiten en naar binnen te gaan, toen hij iemand zag. Het was een jonge vrouw, moeizaam lopend aan de schaduwkant, dicht bij de muur, met een baby in haar armen. De vrouw was erg mager, ze zag er vermoeid uit en haar kleren waren armoedig.
(wordt vervolgd)