M
et Vallen
en Opstaan
Biografie van
Sjoukje Dijkstra
's lands grootste sportvrouw na Fanny Blankers-Koen
door JAN HOF
==================================================
Sjoukje Dijkstra (1942) was van haar zestiende jaar af de beste kunstrijdster van Nederland. Zij werd zes keer Nederlands Kampioene, vijf keer Europees en drie keer Wereldkampioene en met als kroon op haar prestaties in 1964 in Innsbruck onbedreigd Olympisch kampioene, toen heel Nederland voor de televisie zat. Zij was toen na koningin Juliana de populairste vrouw van het land.
Bovendien was zij zes keer Sportvrouw van het Jaar.
Na het Olympisch succes werd zij professional en trad acht jaar in de Holiday on Ice revue op.
Jan Hof schreef 27 jaar geleden haar biografie die we nu als feuilleton publiceren.
===============================================
HOOFDSTUK 5 (Aflevering (64)
In Davos is de teleurstelling al niet minder groot. Tranen bij de meisjes en een krachtterm van mister Gerschwiler.
“Niet te geloven”, laat hij, de weinig spraakzame, zich ontvallen. “Weten die lui in Holland wel wat ze doen? Zulke veelbelovende sportkinderen help je toch, die moet je goed begeleiden, die moet je aan het werk zetten waar dat kan.
Die Olympische Spelen leveren nu natuurlijk geen resultaten op, maar ze zijn goed voor de verdere ontwikkeling. Van zulke evenementen leer je meer dan van welk ander toernooi ook, al is het alleen maar vanwege de entourage.”
“Annuleer de annulering!” Daar komt het algemene protest, dat bij het N.O.C. binnenkomt, op neer.
De heren van het Comité zitten er een beetje mee. Zoveel lawaai hadden ze niet verwacht toen ze hun besluit namen, een besluit dat volgens hen heel redelijk is. Immers hebben zij niet te waken over de belangen van de Nederlandse sport? Je kunt je toch niet veroorloven op zo’n belangrijk sportevenement als natie af te gaan? Moet het dan net zo gaan als in 1952 bij de spelen in Oslo, toen een paar skiërs en een kunstrijdster werd toegestaan op eigen kosten deel te nemen? Hun optreden was een lachertje geweest en zo’n blamage kan een achtenswaardige organisatie als het N.O.C. zich geen tweede keer veroorloven. Geen risico dus met die kunstrijdsters. Die zijn trouwens nog zo jong, dat ze best nog een paar jaartjes kunnen wachten. Er komen nog meer Olympische Spelen bij leven en welzijn, nietwaar?
Arnold Gerschwiler is er de man niet naar om zich te laten beïnvloeden door zulke akkefietjes. Natuurlijk zijn de meisjes teleurgesteld en de eerste dagen hebben zij de neiging het maar wat kalmer aan te doen.
Maar dat strookt niet met wat hij denkt dat gebeuren moet en dat is: gewoon doorgaan, trainen tot de stukken er vanaf vliegen. Er is een grote wedstrijd op komst, de Europese kampioenschappen, en daar moet voor gewerkt worden.
(wordt vervolgd)