Ons verhaal voor de Jeugd
Vandaag de vijfde aflevering van het derde verhaal uit de bundel ‘Lichter dan Lucht’ van de Russische schrijver Aleksander Koeprin, getiteld: ‘In de menagerie’,
vertaald en bewerkt door Leni Hof-Hoogland
‘In de Menagerie’, (5)
“Kareltje, er is geluid”, zei de oude Duitse vrouw, die achter haar kassa vandaan was gekomen.
“Ik kom, mamma”, antwoordde Kareltje. “Doe de deur dicht, alstublieft. Het is koud.”
Karl Miller, de broer van de baas van de menagerie, stond voor de spiegel, al gekleed in een roze kostuum met frambooskleurige fluwelen biezen rondom zijn lichaam. De oudste broer, Johan, zat naast hem, keek kritisch naar de kleding van Karl en gaf hem de nodige voorwerpen aan. Johan was zelf erg kreupel (hij was verminkt geraakt aan zijn rechterbeen) en hij trad alleen maar op, als degene die zijn broer in de kooi de nodige hoepels, Bengaals vuur en pistolen aanreikte.
“Hier heb je wat rouge”, zei Johan. “Doe wat op.”
Karl was inderdaad erg bleek. Bij de eerste klanken van de muziek voelde hij het bloed al uit zijn gezicht wegtrekken, zijn hart hevig tekeer te gaan en zijn handen koud worden. Maar die opwinding kwam niet door lafheid. Karl lokte de leeuwen al twee jaar uit tot agressie en iedere dag ervoer hij steeds hetzelfde – een steeds grotere nervositeit.
De muziek, de kledij, de angstige en eerbiedige nieuwsgierigheid van het publiek, het Bengaalse vuur en de toename van de spanning in de kooi vereisten een grote moed.
Nadat hij op zijn wangen een laag rouge had aangebracht en zijn wenkbrauwen had aangezet met oogpotlood, waardoor zijn ogen groter leken en meer glans kregen, deed Karl de frambozenrode kraag om, versierd met glitters en keek nog eens in de spiegel. Daarin zag hij een moedig, opgewonden en bijzonder knap gezicht, met een onderkinnetje en grote blauwe ogen, dat hem met een uitdagende glimlach aankeek.
“De zweep!” commandeerde Karl, terwijl hij zijn uiterlijk controleerde voor de spiegel.
Zijn oudste broer gaf hem vlug de lange zweep en liep naar de deur om deze voor Karl helemaal open te zwaaien en stak hem de revolver in de zak …
Karl keerde zich af van de spiegel en maakte met de armen en de benen enige vlugge bewegingen om zich te ontspannen. Zijn broer keek hem vragend aan. Karl schudde zijn hoofd en stapte met elastische tred door de door Johan geopende deur. Johan liep achter hem aan en luidde de bel.
De oude vrouw van de kassa maakte vlug een kruisje voor haar knappe jonge zoon, haar lieveling.
Op tien passen van de kooi hield de bewaker Karl staande en fluisterde hem wat in zijn oor. Dat was een slecht voorteken. Een temmer mag nooit worden tegengehouden, want het dier houd hem vanaf zijn vertrek uit de kleedkamer in de gaten.
(wordt vervolgd)