M
et Vallen
en Opstaan
Biografie van
Sjoukje Dijkstra
's lands grootste sportvrouw na Fanny Blankers-Koen
door JAN HOF
==================================================
Sjoukje Dijkstra (1942) was van haar zestiende jaar af de beste kunstrijdster van Nederland. Zij werd zes keer Nederlands Kampioene, vijf keer Europees en drie keer Wereldkampioene en met als kroon op haar prestaties in 1964 in Innsbruck onbedreigd Olympisch kampioene, toen heel Nederland voor de televisie zat. Zij was toen na koningin Juliana de populairste vrouw van het land.
Bovendien was zij zes keer Sportvrouw van het Jaar.
Na het Olympisch succes werd zij professional en trad acht jaar in de Holiday on Ice revue op.
Jan Hof schreef 27 jaar geleden haar biografie die we nu als feuilleton publiceren.
===============================================
HOOFDSTUK 5 (Aflevering (72)
Met een kinderlijke trots loopt het tweetal in een Olympisch uniform gearmd door de straten van Cortina …” heeft een verslaggever opgemerkt en dat staat dan ook in de krant. Lou Dijkstra en Jo Haanappel hebben het zo ver nog niet met elkaar gebracht, al praten ze wel met elkaar.
De gebruikelijke twist blijft beperkt tot een woordenwisseling over de niet bereidheid van de een om de puntenwaardering van de jury voor een paar vrije figuren van zijn dochter aan de ander door te geven.
“Dat had je zelf maar bij moeten houden,” en zo’n weinig welwillende houding leidt wel eens tot enig gegrom. Maar voor de rest gaat het aardig goed.
Dat gaat ook zo met de figuren. De Amerikaanse sterren Tenley Albright en Carol Heiss vormen de absolute top, daaronder komen de Europees kampioene Ingrid Wendl uit Oostenrijk en Yvonne Sugden, de Britse, en Hanna Eigel, ook een Oostenrijkse. Tegen deze dames is het onmogelijk op te boksen, maar in de middenmoot draaien de meisjes aardig mee; Sjoukje is twaalfde na een paar figuren en Joan dertiende, daarna wisselen ze van plaats, maar als de laatste figuur is afgewerkt, komt Sjoukje net weer boven haar rivale uit.
De kür moet de beslissing in hun onderlinge strijd brengen. Sjoukje, in een leuk blauwfluwelen jurkje, presenteerde net als in Parijs haar ‘Rhapsody in Blue’ van Gershwin, maar het gaat niet net als toen. Van het begin af zit er een aarzeling in haar optreden, er zit geen overtuiging in de sprongen en de landingen zijn soms zo onzeker, dat ze niet kan voorkomen dat beide schaatsen af en toe het ijs raken. Het had allemaal beter gekund en dat vindt ze zelf ook, zo is te merken als ze naar de kant rijdt om de uitslag te horen. Ze ziet er duidelijk teleurgesteld uit. Dat zal haar later een schrobbering opleveren van trainer Gerschwiler, want die heeft er van het begin af op gehamerd, dat je op het ijs altijd moet lachen, hoe zwaar dat ook is, en dat je de jury nooit mag laten blijken, dat je zelf niet tevreden bent. Daarmee beïnvloed je hen in negatieve zin.
“Als ze zien dat je er zelf niet in gelooft, dan weten ze zeker dat ze met hun lage waardering goed zitten. Dat kost punten!”, is zijn waarschuwing. Maar daar in Cortina vergeet ze die belangrijke woorden. Ze heeft gefaald en Joan gaat haar natuurlijk voorbij ...
(wordt vervolgd)