Verhaal voor de Jeugd
(en ook voor Ouderen)
Vandaag het derde deel uit het boek met verhalen en sprookjes uit het oude Rusland ‘De Veer van de Kraanvogel’, het verhaal van Imi-Chity.
Het verhaal van Imi-Chity (3)
Als je niet beter wist zou je denken dat het onweerde. Imi-Chity schrok geweldig, maar al gauw werd hij blij. Er was een mens bij hem in de buurt, maar wat voor een mens? Als hij dat nu maar wist. Imi-Chity had in al zijn levensdagen alleen zijn grootmoeder maar leren kennen.
Hij sloop tussen bomen en struiken door en kwam bij de oever van een rivier. Daar zag hij een jongen, die met zijn slee van de bevroren helling gleed. De jongen was bijna zo groot als een boom, zijn wenkbrauwen zagen eruit als lang mos en zijn haar als dicht struikgewas. Hij gleed met zijn slee van de helling op het ijs van de rivier, lachte met donderend geweld en klapte in zijn handen.
Imi-Chity deed zijn ogen wijd open en keek, luisterde met beide oren en hoorde. Toen zag de reuzenjongen hem.
“Kom hier, mensenjongen, laat ons sleeën”, riep hij.
“Van wie ben jij er een?” vroeg Imi-Chity.
“Ik ben Mengk-Poschich uit de familie van de woudgeesten”, antwoordde de jongen. “Kom bij mij voorop de slee zitten, dan sleeën wij samen.”
“Ik ga liever achter je zitten”, zei Imi-Chity. “Jij schreeuwt zo hard dat ik van schrik van de slee zal vallen.”
“Wat zeg je nu? Schreeuw ik hard?” vroeg Mengk-Poschich verbaasd. “Nou goed dan, ik beloof je dat ik heel zachtjes zal schreeuwen.”
Ze gingen op de slee zitten. Imi-Chity voorop, Mengk-Poschich achter hem. Daar gleed de slee naar beneden. Ze waren nog maar net op snelheid gekomen of de reuzenjongen begon te gillen van de pret. Het geweld van zijn lach dreunde Imi-Chity in de oren. Het werd hem zwart voor de ogen. Hij viel van de slee af en verloor het bewustzijn. Of hij lang of kort bewusteloos in de sneeuw lag, valt niet te achterhalen. Zeker is dat Imi-Chity, eenmaal tot bewustzijn gekomen, zag dat Mengk-Poschich de slee weer tegen de berg omhoog trok.
Imi-Chity ergerde zich aan zijn eigen zwakheid en was boos op de reuzenjongen. Daarom wachtte hij niet tot deze bovenop de berg was aangeland, maar bond de ski’s onder en ondernam de terugreis. Met lege handen kwam hij bij zijn grootmoeder terug.