AsserJournaal
zondag 2 december 2007
De SWA bouwt!
www.swa-assen.nl
 
 
AsserJournaal
Uitg. Stichting
Press Support

Hfd.red. Jan Hof
Tel.(0592) 37 10 17

Colofon (meer >>)

Reuring
BMT Media
Verhalen - Even een verhaaltje 02/11/2007 04:03

Verhaal voor de Jeugd (en ook Ouderen)

 

Uit het boek ‘De Veer van de Kraanvogel’, met vertellingen en sprookjes uit het oude Rusland, vandaag deel acht van het verhaal van de Reus Wistsch-Otyr. 

 

Het verhaal van de reus Wistsch-Otyr (8)

 

De zuster deed wat haar was gevraagd. Bij de oudste broer aangekomen, zei ze: “Oudste broer, kom gauw mee om onze jongste broer te helpen. Hij vecht al drie dagen en drie nachten met de woudgeest en de pees van de boog heeft hem de huid van de vingers geschuurd. Zijn krachten raken uitgeput.”

De oudste broer lachte alleen maar: “Ik ben toch geen mens? Ik ben een wetsteen. Dat heeft Wistsch-Otyr zelf gezegd. Als zijn wapens stomp zijn geworden, kan hij ze aan mij komen scherpen. Maar ik ga niet naar hem toe!”

De zuster brak in tranen uit en liep terug door de ondergrondse gang. Wistsch-Otyr luisterde naar wat ze te vertellen had, maar hij zei niets. Hij pakte zijn pijl en boog en schoot de eerste pijl af. Tien woudgeesten, die achter elkaar stonden, werden tegelijkertijd doorboord. De tweede pijl deed twintig woudgeesten ter aarde storten.

Menkw-Oika op zijn beurt hakte met zijn broer de eerste drie rijen van de palissade om en drong door tot de vierde rij.

Weer vochten ze drie dagen zonder te eten en drie nachten zonder te slapen. Wistsch-Otyr was aan het einde van zijn krachten en de witte botjes van zijn vingers lagen bloot.

“Hé, laten we even pauzeren!” riep hij de woudgeest toe. “Laat ons eten en uitrusten!”

Menkw-Oika was daar wel voor te vinden. Hij wilde ook graag eten en rusten.

Wistsch-Otyr ging niet naar zijn eigen huis, maar liep door de ondergrondse gang naar zijn broer. Hij trok de zware deur van lariksstammen open en stapte over de hoge drempel. Na de begroeting, waarbij de oudste broer niets zei, stopte deze een vette rendierkop in de pan en hing de pan boven het vuur. Het vlees was spoedig gaar. De broers aten en dronken. En zwegen.

Tegen de muur stond een grote koffer. De oudste broer deed het deksel open en haalde een grote zak van lynxhuid tevoorschijn. Uit de zak kwam een pantserhemd. Het was gemaakt van koperen ringen en ijzerdraad en het glansde als zilver en goud. De oudste broer trok het aan en deed zijn met spechtensnavels versierde ceintuur om. Hij pakte zijn zwaard en sprak toen de eerste woorden:

“Laat ons gaan!”

Ze kwamen bij het huis van de jongste broer aan. Bij de ommuring lag een grote zwerfkei. De oudste broer gaf er een trap tegen met zijn voet en met een geweldig gedreun barstte de steen in vele stukken, die op het leger van de woudgeest neerdaalden en de helft van de krijgers tegen de grond sloegen.

 (wordt vervolgd)

Dit artikel afdrukken Reageren op dit artikel

Reuring
Uw reclame hier?



3498018
Naar boven
WebDesign en hosting: BMT Media