|

door Leni Hof Hoogland * lllustratiesJudith ten Bosch
******************************************************************
HOOFDSTUK 4
De ballon ging langzaam naar beneden en de vogel rende er achteraan. Bij een heuveltje zette hij zich af en vloog met forse vleugelslag omhoog, recht op de ballon af. Oela en Frederika hadden elkaar zoveel te vertellen, dat ze geen aandacht schonken aan wat er onder hen allemaal te zien w as.
Ondertussen had de grote vogel steeds meer trek en zin gekregen in die dikke kers. Met zijn snavel hapte hij naar de ballon en... Pats! Met een reuze knal barstte de ballon uit elkaar.
“Oe-la!” gilde het heksje. “Domme vogel! Kijk nu eens wat je doet!”
“Mauw!” jammerde de poes en zij dacht: “Gelukkig dat een kat negen levens heeft.”
“Help!” schreeuwde Frederika, die in de algemene paniek haar paraplu had losgelaten. En ze dacht: “Het zou met niet verbazen als ze me morgen niet op school zien verschijnen.”
Oela spreidde haar armen en haar hoofddoek uit en zweefde zachtjes omlaag. Frederik a's
poes kwam, zoals dat gewoonlijk met katten gaat, keurig op haar vier pootjes terecht. En Frederika? Gelukkig hadden ze niet zo hoog gevlogen. Zij belandde op haar bips tussen de struiken.
Het vogelbekdier keek verbijsterd naar het onheil dat hij had aangericht. Zijn ‘grote dikke kers’ was verschrompeld tot een klein stukje plastic. Een meisje en een heks en een poes landden dicht bij hem in de buurt. Hij was zo verbaasd, dat hij geen geluid kon uitbrengen en stokstijf bleef staan.
(wordt vervolgd)
|