M
et Vallen
en Opstaan
Biografie van
Sjoukje Dijkstra
's lands grootste sportvrouw na Fanny Blankers-Koen
door JAN HOF
==================================================
Sjoukje Dijkstra (1942) was van haar zestiende jaar af de beste kunstrijdster van Nederland. Zij werd zes keer Nederlands Kampioene, vijf keer Europees en drie keer Wereldkampioene en met als kroon op haar prestaties in 1964 in Innsbruck onbedreigd Olympisch kampioene, toen heel Nederland voor de televisie zat. Zij was toen na koningin Juliana de populairste vrouw van het land.
Bovendien was zij zes keer Sportvrouw van het Jaar.
Na het Olympisch succes werd zij professional en trad acht jaar in de Holiday on Ice revue op.
Jan Hof schreef 27 jaar geleden haar biografie die we nu als feuilleton publiceren.
=================================================
HOOFDSTUK 4 (Aflevering (59)
“Zou ik naar d’Ampezzo mogen?” heeft Sjoukje voorzichtig aan haar vader gevraagd.
“Waarom niet kind, als je vooruitgaat en presteert, dan kun je ook in aanmerking komen. Dat is dan een kwestie van hard werken.”
Aan werklust ontbreekt het haar ook in het zevende sportjaar niet. Zij is lid geworden van de atletiekvereniging Sagitta, de club van de grootste sportvrouw die Nederland ooit heeft gehad, Fanny Blankers-Koen, de heldin van de Olympische Spelen van 1948. Haar energie kan ze kwijt bij het hoogspringen, haar favoriete onderdeel. Begrijpelijk, want voor dat hoogspringen komt het ook aan op een korte explosie van kracht, zoals dat ook gebeurt bij de sprongen op het ijs. In het direct verlengde ligt het hordelopen, waar de factor snelheid en uithoudingsvermogen een aanvullende rol spelen. Ook daar zit een duidelijke verwantschap met het kunstrijden: snelheid maken, springen, in balans blijven, ritmisch verder lopen, goed uitkomen bij de volgende horde, weer springen … Ze kan zich er in uitleven en, wat ook heel belangrijk is, deze vorm van sportbeoefening in de buitenlucht is uitstekend voor de conditie.
Met de onderbreking van het gebruikelijke bezoek aan Engeland en het toch zorgvuldig in acht nemen van het lesprogramma wijdt ze zich met enthousiasme aan de moeder der sporten. De weken vliegen voorbij en voordat ze erop bedacht is, moet er al weer aan de schema’s van het nieuwe seizoen worden gedacht. Extra hard aanpakken, dat wordt het. De Richmond Trofee wordt erg belangrijk, want als het daar goed gaat, dan is er een kans dat het Nederlands Olympisch Comite haar naar Cortina laat gaan, heeft pappa gezegd.
“We moeten zien dat we op de Hokij wat beter uit de voeten kunnen”, zegt Lou Dijkstra als ze na de trainingssessie in Engeland weer in Amstelveen is teruggekeerd.
“Je hebt meer ruimte nodig. Ik zal straks eens vragen of je er niet een stukje ijs bij kan krijgen.”
Ze is het daar helemaal mee eens. Zo’n patch van dertien bij zes is maar net goed voor het oefenen op de figuren. Een sprongetje kun je niet eens maken, want als je aangezet hebt, ben je al buiten je terrein. Patches zijn moeilijk te krijgen. Er is veel belangstelling voor, ook al moet er elke maand een huurbedrag voor op tafel worden gelegd.
Uit een oogpunt van het Nederlandse kunstschaatsbelang zou je zeggen dat er voor iemand die internationaal een beetje begint mee te tellen, wel een mogelijkheid moet bestaan om wat meer ruimte te krijgen, maar in Nederland ligt dat toch wel wat anders.
(wordt vervolgd)