Jan en Rita Eggens
Met de Camper op
Afrikaans Avontuur
Na hun grote reizen door China en een aantal Aziatische landen meer, Mexico. Canada de Verenigde Staten tot in Alaska toe, zijn Assenaren Jan en Rita er met hun camper weer opuit getrokken. Het reisdoel is nu Afrika en dat wordt, een echt avontuur, want ze komen daar nog omstandigheden van een eeuw geleden tegen. Maar daar hebben ze zich al bij voorbaat bij neergelegd. Wel zijn ze er op voorbereid, want alles is er aan gedaan om de camper technisch zo goed mogelijk uit te rusten. Met het optimisme van de echte wereldreiziger in hun bagagge denken ze de te verwachten moeilijkheden te kunnen overwinnen. Het zal ze zeker lukken!
Vandaag de eerste aflevering van hun reisbelevenissen, verstuurd vanuit Istanbul in Turkije.
De blauwe EU vlag wappert overal in arm Bulgarije en Roemenië
Op zondag 14 oktober zijn we dan, na een jaar van voorbereiding, vertrokken. door familie en vrienden uitgezwaaid, nadat we eerst nog even een kopje koffie hadden gedronken bij Hotel de Jonge in Assen.
Hier had Jan Hof van het AsserJournaal een samenkomst georganiseerd en als verrassing had hij wereldreiziger Vegter van Slooten uit Yde uitgenodigd.
Vegter heeft de reis naar Zuid-Afrika met een reisgenote gemaakt met een Goggomobil in de jaren '59 t/m '62 langs de westkust. Wij gaan langs de oostzijde naar Zuid-Afrika met onze camper.
Ook Jan en Lenie Hof hebben de wereld verkend maar dan op een Henkel-scooter met zijspan. Dat was in de jaren '56-'58. Zij gingen 'Op huwelijksreis de wereld rond’ en trokken in twintig maanden door 30 landen.
Vegter van Slooten kan ook nog muziek maken en zingen. Hij had zijn instrument meegenomen en nadat hij enkele Krontjong liedjes had gebracht, hebben we ook nog even samen gezongen.
De avond tevoren kregen we ook nog een heerlijk afscheidsdiner van café-restaurant De Passage aangeboden , door de zusjes Marjan en Alice Dijkstra, feestelijk aangekleed door de kok Kees.
Het was onvergetelijk en wij willen dan ook iedereen bedanken, ook voor de lekkernijen, die we hebben meegekregen. We hebben alles al opgegeten en zijn zeker wel een paar kilo's aangekomen, dus maken we 's morgens vóór vertrek eerst een paar trimrondjes rond de camper.
Ondertussen hebben we Europa doorkruist via Tsjechië, Hongarije, Roemenië, en Bulgarije. In Roemenië en Bulgarije waren we nog nooit geweest. Ook in deze landen heerst nog steeds grote armoede.
Het verkeer is in beide landen een crime. Er gebeuren erg veel ongelukken. Zo zagen we een vrachtwagen die zo een huis, dat in een bocht stond, was binnengereden. De cabine stond in de kamer. Het was een enorme ravage.
In de dorpen gaat alles nog met paard en wagen. In de steden van Roemenië zijn wel grote winkels en autobedrijven te vinden. Er is veel nieuwbouw. In Bulgarije worden enorm veel hotels gebouwd voor het toerisme, maar wat de toerist daar moet zoeken weten we niet. Het gebied was totaal niet interessant. De zee is wel in de buurt. Af en toe zagen we de rotsen aan de kust, maar geen zandstrand.
De wegen zijn erg slecht. In Bulgarije zijn ze nog slechter dan in Roemenië.
Bij de grensposten konden we wel steeds snel doorrijden, een kwestie van seconden. Dat komt doordat deze landen nu ook bij de EU horen. Men is daar ook heel erg trots op, want de blauwe vlag hangt overal.
De Turkse grens was echter en puinhoop, We werden van het kastje naar de muur gestuurd. Toen we dachten klaar te zijn, reden we de poort uit en opeens stond er weer een hokje waarin iemand in uniform zat. Hij constateerde dat onze camper niet was gecontroleerd op wat er in zat.
Wij weer terug naar de drie hokjes, waar de controleurs horen zitten. Er was niemand aanwezig, dus Jan ging op zoek. Hij ging een gebouw binnen en daar bleek de man te zijn die ons moest controleren.
Hij nam weer onze paspoorten in, liep om de camper heen, en vroeg waar we naar toe wilden. “Naar Zuid-Afrika”, zei Jan.
Dat verbaasde die man nogal en hij was helemaal afgeleid. Na nog een paar vriendelijke woorden konden we gaan, nadat hij een krabbel in Jan z'n paspoort had gezet. Hij heeft niet eens in de camper gekeken.
Toen konden we eindelijk doorrijden, maar het was ondertussen al bijna donker en mistig en we zaten in de bergen.
In de dorpjes waar we doorheen kwamen was totaal geen mogelijkheid om te parkeren.
Heel laat in de avond hebben we dan toch een bewaakte parkeerplaats gevonden langs de snelweg naar Instanbul.
Dat was ook al de moeilijkheid in Roemenië en Hongarije: weinig goede parkeerplaatsen en praktisch geen campings.
De campings die stonden aangegeven bestonden niet meer, waren gesloten of het was er een grote puinhoop.
In Roemenië hebben we op een parkeerplaats geslapen bij een tankstation, waar we achteraf maar twee uur mochten staan. We hadden dat niet gezien en hebben ook geen bekeuring gekregen.
Een dag later hebben we een oude bekende opgezocht, Laurentiu Cazan, een bekend artiest in Roemenië. Hij trad vaak op in de Ponderosa in Assen en ik heb wel eens met hem gezongen. Bovendien kwam hij wel eens bij ons thuis.
Via via kwamen we erachter waar hij werkte. Hij bleek leraar te zijn aan het muzieklyceum in Buzau.
We zijn naar de school gereden, gevraagd en wat bleek: zijn moeder woonde tegenover het lyceum en we troffen haar thuis.
Laurentiu was er evenwel niet. Hij zat voor TV-opnames in Boekarest. Dat was geen probleem: een telefoontje en we hadden een afspraak voor de volgende dag in het Intercontinental Hotel in Boekarest.
Die nacht sliepen we op de parkeerplaats naast het huis van zijn moeder. Heerlijk rustig. We kenden de ouders doordat we er een keer voor hadden gezorgd dat ze een visum konden krijgen voor Nederland door hen een uitnodiging te sturen. (Zijn vader is helaas enkele jaren geleden overleden).
Het was na vele jaren een leuk weerzien met Laurentiu. Hij had net weer een nieuwe CD uitgebracht en die kregen we mee. De wereld is soms toch wel heel klein.
We hebben in Boekarest nog het paleis bezichtigd, maar alleen aan de buitenkant, want het was gesloten. Het is een prachtig bouwwerk en volgens onze informatie, het grootste ter wereld.
Ook de oprijlaan er naar toe is prachtig. Het enige mooie in deze stad, want verder staan er alleen maar lelijke flatgebouwen.
Daarna zijn we via een lange weg naar Constanta gereden, Niets te zien, maar we hoopten aan de kust campings te vinden en een aantal leuke badplaatsen. Er was helemaal niets. Een ongezellige stad, rommelig en vies en na lang rijden zagen we laat op de avond ergens in een dorp een aanduiding van een groot vermaakcentrum met hotel en diverse voorzieningen.
Daar aangekomen reden we voorzichtig de poort door, de security kwam met een lamp naar buiten en zei dat het hotel gesloten was.
Ik dacht, ik moet hem duidelijk maken dat we alleen een veilige overnachtingsplaats zochten en hij begreep mij gelukkig meteen en wees ons een plek waar we mochten parkeren onder zijn toeziend oog, helemaal gratis.
We hebben hem een lekker kopje Hollandse koffie gebracht met een stroopwafel erbij, en dat waardeerde hij zeer.
De volgende morgen zijn we richting Bulgaarse grens gereden. In kilometers was het niet ver maar de tocht duurde een eeuwigheid vanwege de bar slechte wegen.
Nu staan we op een bewaakte parkeerplaats, zo'n 30 kilometer buiten Istanbul. Ook hier zochten we een camping, waar we drie jaar ge-leden hadden gestaan, maar deze bestond ook niet meer. Het was nu een recreatieoord voor gehandi-capte kinderen. We hadden graag onze was even willen doen en een dag rust gehouden, maar dat kunnen we nog wel even vergeten.
Turkije heeft heel weinig campings. Wel zijn er parkeerplaatsen bij de tankstations, en ook andere grote parkeerplaatsen voor de vrachtwagens. Die zijn allemaal bewaakt, en dat is nodig ook omdat hier vaak overvallen plaatsvinden.
Hier kunnen we ook water innemen, er zijn toiletten, soms is er een winkel of een restaurant bij, dus we redden ons wel.
Alleen internetten zit er niet zomaar in, maar dat willen we proberen met de satelliet.
Morgen willen we verder richting Antalya. Dat is hier zo'n 730 kilometer vandaan.
Eigenlijk hebben we nog geen bijzondere dingen beleefd, maar dat zal vast nog wel komen.
Onze échte reis moet nog beginnen.
Rita Eggens.