AsserJournaal
zondag 9 december 2007
De SWA bouwt!
www.swa-assen.nl
 
 
AsserJournaal
Uitg. Stichting
Press Support

Hfd.red. Jan Hof
Tel.(0592) 37 10 17

Colofon (meer >>)

BMT Media
Reuring
Verhalen - Even een verhaaltje 16/11/2007 00:58

Verhaal voor de Jeugd

(en voor Ouderen)

Uit het door Leni Hof-Hoogland vertaalde en bewerkte boek ‘De Veer van de Kraanvogel, met vertellingen en sprookjes uit het oude Rusland, vandaag het verhaal ‘Het Geschenk van de Gouden Slang’(1)


Het Geschenk van
de Gouden Slang (1)


Barkoul was jong, sterk en handig. Jammer genoeg had hij van zijn vader geen enkel rendier geërfd. Zijn vader had arm geleefd en hem ook arm achtergelaten. Barkoul was daar niet bedroefd over. Wie snelle voeten, handige handen en scherpe ogen heeft, hoeft niet van honger te sterven.

Op een dag ontmoette hij in het woud een meisje met rode wangen en lange vlechten. Barkoul had net strikken gezet om auerhanen te vangen; het meisje was bezig met het zoeken van bosbessen. Zij gaf hem een bijzonder grote bosbes en hij gaf haar als dank een vette auerhaan.

Spoedig daarna ging Barkoul naar de vader van het meisje om haar hand te vragen. Maar de vader wilde er niets van horen.

“Wij zijn mensen met rendieren. Een man zonder rendieren kan onze dochter niet krijgen. Kom maar terug als je minstens tien rendieren hebt.”

Het meisje huilde, maar er was niets aan te doen. Zij moest haar vader gehoorzamen.

“Wacht maar drie winters en drie zomers op me”, zei Barkoul. “Ik zal zorgen dat ik rendieren krijg.”

Barkoul stapte naar de rijke Djalixa en ging bij hem in dienst als herder. Ze spraken af dat hij drie jaar lang de kudde zou hoeden en daarvoor tien rendieren zou krijgen. Djalixa bezat een zeer grote kudde. Barkoul was dag en nacht bij de dieren. Hij bracht ze naar plekjes, waar rendiermos groeide, zodat ze altijd genoeg te eten hadden. Soms at hij ook iets, maar vaak ging hij met een lege maag slapen.

Zo gingen de drie jaren voorbij. Barkoul zei tegen zijn baas: “Mijn tijd is om. Je kudde is tweemaal zo groot geworden.”

“Tweemaal zo groot en iets anders hoor ik niet van je”, antwoordde Djalixa. “Maar hoeveel rendieren zijn er niet omgekomen? Dat heb je zeker niet bijgehouden, maar ik wel.”

“Zeker wel”, zei Barkoul. “Ik heb ook geteld. In het eerste jaar zijn twee dieren omgekomen en één koe is door een wolf verscheurd. In het tweede jaar zijn zes oude rendieren gestorven. In dit laatste jaar is er maar één rendierkalfje weggeraakt.”

“Dat zijn dus precies tien rendieren”, zei Djalixa. “Precies het aantal dat je voor je werk zou krijgen. Als je de kudde beter had gehoed, zou ik ze je zeker gegeven hebben, want wat ik beloof, dat doe ik. Zoals de zaken er nu voorstaan moet je de kudde nog drie jaar hoeden.”

Het had geen enkele zin er ruzie om te maken, dat zou niet geholpen hebben. Barkoul wist wel dat Djalixa het met zijn beloftes niet zo nauw nam.

Hij zei niets, maar ging naar de kudde. Hij voelde een diepe droefheid. Zou zijn meisje wel op hem wachten? Hij begon te huilen. Daar waar de tranen neer drupten, groeiden ratelpopulieren met buitengewone snelheid.

 

(wordt vervolgd)

 

Dit artikel afdrukken Reageren op dit artikel

Reuring
Uw reclame hier?



3534454
Naar boven
WebDesign en hosting: BMT Media