|
|
Jan en Rita Eggens
Met de Camper op
Afrikaans Avontuur
(Aflevering 8)
Na hun grote reizen door China en een aantal Aziatische landen meer, Mexico, Canada en de Verenigde Staten tot in Alaska toe, zijn Assenaren Jan en Rita er met hun camper weer op uit getrokken. Het reisdoel is nu Afrika en dat wordt een echt avontuur, want ze komen daar nog toestanden van lang geleden tegen. De laatste reisbele- venissen van Jan en Rita Eggens eindigden in het hart van Syrië waar ze een paar dagen verbleven en ze staan nu op het punt het land te verlaten, om richting Jordanië te gaan.
Ook daar veerloopt de reis vlot en ze kunnen in de hoofdstad Amman winkelen in een grote supermarkt. In Jordanié ontmoeten ze op de Mozesberg vier Assenaren.
|
|
Een verrassende ontmoeting met vier Assenaren op de berg v
an Mozes in Jordanië
Na het bezoek aan Amman gaan we richting de Dode Zee, maar eerst willen we Mt. Nebo bezoe-ken. Op deze berg zou Mozes gestorven zijn nadat hij het be-loofde land had gezien. Vanaf de-ze berg heb je een mooi uitzicht over de Dode Zee, de Jordaanoever, de Oase van Jericho en het Juda gebergte. Het was jammer dat het nevelig was anders was het nog mooier geweest. En wie treffen wij bovenop de berg aan? Frans en Ida Dronkers van de Jazz Club Assen, en architect Jan Koops en z'n vrouw.
Jan Koops heeft zo'n 30 jaar geleden de tekening van ons huis gemaakt, dus die kennen we ook goed. Dat was even leuk. Zo klein is de wereld. Ze hadden wel een Nederlandse camper op de parkeerplaats zien staan maar hadden er nog niet bij stilgestaan dat wij dat wel eens konden zijn.
We hebben foto's van elkaar gemaakt en als we weer thuis komen gaan we die natuurlijk even bekijken. Zij zijn met een Nederlands reisgezelschap op reis door Syrië en Jordanië. Op weg naar de Dode Zee zien we kamelen lopen dus we maken even een stop.
Toen we de berg opliepen kwamen er twee kleine meisjes aanlo-pen en die maakten een gebaar dat mama verderop woont en dat we wel even mee mogen gaan. Dat doen we en daar aangekomen komen we bij een Bedoeïenengezinnetje. De moeder kan nog net haar hoofddoek omdoen want zonder hoofddoek mag ze zich niet aan een andere man vertonen.
De papa was naar het dorp. Ze leven in een kleine tent en natuurlijk is het er een bende en het stikt er van de strontvliegen.
Vlak voor de tent ligt wat viezig-heid en daar zwerft een heel le-ger vliegen. De baby zit er vlak naast. Onvoorstelbaar. We heb-ben de meisjes wat lekkers ge-geven en mama een pak koekjes. Het was een vrien-delijk vrouwtje, maar ze zat waar ze zat. Het zit niet in deze mensen om iets op te ruimen.
Langs de Dode Zee komen we regelmatig militaire controles tegen maar we kunnen steeds doorrijden. Het is alleen maar zaak even onze paspoorten te tonen. We komen door een gebied waar de mensen ineens veel donkerder zijn, Afrikaanse types.
In de Dode Zee kun je wel drijven maar niet zwemmen. We zijn er niet ingegaan want het kost liters water om het zout weer kwijt
te raken en dan is onze tank meteen leeg. Dat kunnen we niet hebben want we staan voorlopig nog niet op een camping.
Als we de Dode Zee gepasseerd zijn rijden we vlak langs de grens met Israël. Het is nog licht en we moeten zorgen dat we een slaapplaats krijgen. We zijn op weg naar Petra en naar Little Petra waar een Bedoeïenen camping moet zijn, maar dat is nog wel even een afstand. Door de lucht geeft onze GPS 17 km. aan, maar we moeten door een canyon (berggkloof) en dat duurt meestal een paar uurtjes.
We komen bij een tankstation aan waar we ook gaan tanken en we vragen of we op de parkeerplaats mogen overnachten. Ja, dat mag, geen probleem. Er is ook nog een restaurantje bij, waar toevallig een paar bussen staan met Duitse toeristen die daar een drankje gebruiken.
Als we vertellen dat we op weg zijn naar Petra zeggen de gidsen dat we al eerder af hadden moeten slaan, want er is geen weg
meer vanaf de weg die we nu volgen. Of we moeten eerst helemaal naar Aqaba rijden en dan weer terug naar Petra en dat zou
200 kilometer omrijden betekenen. Op een klein kaartje van ons staat echter wel een weg door de bergen maar ze zeggen dat die niet geschikt is voor onze camper. Ook de mensen van het tankstation zeggen dat die weg alleen te berijden is met een jeep.
We zien wel, dachten we wat eigenwijs..
's Avonds zaten we nog even op het terras en de mannen van de pomp en het restaurant zaten er ook, in gezelschap van enkele vrienden. Van het een kwam het ander en de pompbediende vroeg ons of we kinderen hebben en als we dat met handen en voeten hebben uitgelegd vertelt hij ook twee kinderen te hebben met een derde in aantocht. Maar niet bij dezelfde vrouw; hij had er twee.
We komen aan de weet dat de mannen in Jordanië en in Syrië vier vrouwen mogen hebben.
Er zat een vriend bij die vier vrouwen heeft en twintig kinde-ren… Hij kon er ook wel voor zorgen dat Jan een vrouw uit hun land kon trouwen, maar Jan zei dat hij dan niet op reis kon en van het aanbod maar geen gebruik maakte.
Ze konden zich niet voorstellen dat de mannen in Nederland maar met één vrouw mogen trouwen. Moslim mannen mogen wel een Christen vrouw trouwen maar een Christen man mag geen Moslima trouwen. Tja, verschil moet er zijn. Een totaal andere cultuur maar we hadden wel een leuke avond.
4 november.
We zijn nu op weg naar Petra en zijn benieuwd of ze allemaal gelijk hebben wat betreft de zogenaamde onbegaanbare weg.
Aangekomen bij de afslag staat een heel duidelijk bord met een plaatsnaam erop die niet zover van ons doel af ligt en de weg is geasfalteerd. We nemen deze afslag in de hoop dat de weg geen zandweg wordt. En dat werd het ook niet. Het is een smalle weg, in het begin
heel goed asfalt, later wat minder en soms ook met gaten, maar heel goed begaanbaar. Onderweg komen we weer bij een militaire controlepost die deze keer de hele camper inspecteert maar we kunnen toch wel weer snel door. We vragen voor de zekerheid of de hele weg geasfalteerd doorloopt en zij bevestigen dat.
Wel wordt het heel steil en op een gegeven moment moeten we even stoppen om de motor op adem te laten komen. Verder is het een prachtige route waar waarschijnlijk nog nooit een camper is doorgekomen.
Voor toeristenbussen zou de weg niet geschikt zijn gezien de zeer steile hellingen, maar voor ons is het best te doen.
We hebben er geen spijt van. We rijden door een prachtige bergketen, zeker zo mooi als de Grand Canyon. Het is een rotsgebergte waar ook weer bedoeïenen leven met veel kamelen, schapen en ezels. Als we even stoppen komt er een auto aan met vijf mannen. Ze v
ragen waar we vandaan komen. ‘Aaaah Olanda!’ is de reactie.
Jan wil even een foto nemen. Het is een vrolijk stel en een man in jurk wil met mij op de foto. Dat mag wel van de Koran en hij heeft veel plezier, Na een paar uur arriveren we in Petra en we vinden ook Little Petra en de camping. Het toegangshek zit dicht maar niet op slot. We lopen naar binnen maar er is geen mens te bekennen. Alle hokjes in en uit, in de tenten gekeken maar er is geen mens te zien. We rijden de camper toch maar naar binnen, laten het hek openstaan, eten even een broodje maar ook daarna is er geen levend wezen te zien.
Als Jan dan nog een keer op zoek gaat ontdekt hij dat de stroom overal kapot is, dat er muren omgegooid zijn en er nog veel meer schade is.
Het is een spookcamping geworden en Jan zegt dat we weer gaan. ”Hier is niemand meer en hier alleen blijven staan zie ik niet zitten”, zegt hij.
De camping ligt ook nog in een gebergte waar wel hier en daar bedoeïenen wonen maar daar heb je natuurlijk niets aan.
We gaan weer terug naar Petra en nu staan we bij een hotel dat ook camperplaatsen verhuurt.
Ook de Overlandtruck Oase staat hier weer.
Morgen dus naar Petra, want ook dat moet je zien als je in Jordanië bent.
Rita Egggens
(wordt vervolgd)