
Jan en Rita Eggens
Met de Camper op
Afrikaans Avontuur
(Aflevering 10)
Na hun grote reizen door China en een aantal Aziatische landen meer, Mexico, Canada en de Verenigde Staten tot in Alaska toe, zijn Assenaren Jan en Rita er met hun camper weer op uit getrokken. Het reisdoel is nu Afrika en dat wordt een echt avontuur, want ze komen daar nog toestanden van lang geleden tegen. De laatste reisbelevenissen van Jan en Rita Eggens eindigden na een tocht door Syrië in Jordanië, waar de ruïnes van Petra grote indruk op hen maakten. Ook daar waren er weer ontmoetingen met Nederlanders, ook met een Ameri kaanse Gronniger uit Delfzijl. Een dag later vertrekken ze met de boot naar Egypte op het Afrikaanse vasteland.
Wel weer even wachten maar dan toch de weg op met Egyptische kentekens
Met de hartelijke woorden van onze Amerikaanse Groninger nog in gedachten gaan we naar de ambassade van Egypte in Aqaba, waar we ons visum willen regelen. Maar die is gesloten. Pech. Morgenvroeg tussen 9 en 11 uur kunnen we terecht. We besluiten dan maar naar de haven te rijden om te informeren hoe laat de boot vertrekt naar Egypte.
Zonder GPS hadden we het niet gevonden, want op de borden wordt niet aangegeven vanwaar de boten vertrekken.
Als we ineens voor een blokkade staan stap ik uit de camper en loop naar een drietal mannen in uniform om te vragen waar we tickets kunnen krijgen voor de boot naar Egypte.
Ze spraken alle drie een paar woorden Engels en zo kwam ik toch te wete
n waar we moesten zijn: door hun poort heen.
Dat bleek nota bene de Jordaanse grenspost te zijn. Dat was niet te zien. Er stonden alleen pionnen aan de kant. Ze controleerden onze pas-poorten en we konden zo doorrijden.
Bij de haven aangekomen hadden we in no-time onze tickets, en was Jan in een halfuurtje klaar met de Jordaanse douane beambten. Naar onze camper hebben ze helemaal niet gekeken en dat terwijl alle auto's altijd helemaal moeten worden uitgeladen.
Maar wat nu. We hadden de tickets, maar nog geen visum voor Egypte. Ik had gelezen dat je ook een visum kon krijgen in de haven, maar dat scheen niet zo te zijn. Jan heeft het wel gevraagd maar de douanebeambte zei dat we zonder visum wel aan boord konden gaan. Ik vond het maar vreemd en ik
was er niet helemaal gerust op. We waren om 5 uur 's middags in de haven en we zouden met de boot mee kunnen van 7 uur, maar die bleek achteraf al volge-boekt. Dan zou het 11 uur worden, dus 's nachts varen. Toen we de boot eindelijk op konden en we bij de ticketcontrole kwamen, bleek dat we een kaartje te weinig hadden. Jan had wel voor twee personen gevraagd, had een kaartje gekregen en dacht dat dit voor twee personen gold. Misverstand dus.
Geen nood, we konden aan boord een kaartje bijkopen en werden meteen doorverwezen naar de immigratie, waar ook onze visa geregeld werden. We moesten de paspoorten afgeven en die konden we bij aankomst in Egypte weer
ophalen bij de immigratie.
Daar hoefden we ons dus geen zorgen meer over te maken.
Om 12 uur vertrokken we uiteindelijk en we kwamen om 3 uur 's nachts aan. Toen moesten we nog een poos wachten want de Egyptische douane kwam eerst aan boord voor controle.
7 november.
Uiteindelijk reden we om 4 uur de boot af en toen we het haventerrein opreden hebben we eerst maar even een plaatsje gezocht tussen de vrachtwagens, zodat we nog een paar uurtjes konden slapen.
We lagen net een kwartier in bed, of er werd geklopt op de camper. Het was de toeristenpolitie. Die wilde dat we naar de immigratie gingen om de papieren af te handelen, Jan probee
rde nog door te vragen of dat niet om 8 uur kon zodat we nog even konden gaan slapen, maar nee, dat kon niet. Wij ons met de smoor in weer aankleden. Daar aangekomen stond de politieman ons al op te wachten en Jan moest met hem mee, kantoortje in kantoor-tje uit.Normaal kun je bij elke grens-overgang zelf alles regelen maar in Egypte is er geen ontkomen aan. De toeristenpolitie gaat met je mee om je te ‘helpen’, en ze helpen je ook meteen van je geld af.
Van alle documenten wilden ze een kopie. Die had ik allemaal klaar maar die wilden ze niet hebben, want dat maken zij zelf allemaal in orde. Een mapje voor dit en een mapje voor dat, en weer wat flappen betalen.
Uiteindelijk was er toen nog niets klaar. Er was verder nog geen enkel kantoor open, dat zou pas om 9 uur zijn, maar dat werd veel later. We kr
egen Egyptische kentekenplaten, voor en achter, met een kentekenbewijs in het Arabisch.
Om een lang verhaal kort te maken, van 8 uur tot 11 uur is Jan met de agent van het kastje naar de muur gelopen voor een stempeltje hier en een krabbeltje daar. Hij moest ook nog ‘bakshees’ aan de agent geven en niet te weinig ook. Toen konden we eindelijk vertrekken. Ook kwam er nog een beambte de hele camper controleren en dus gingen alle kasten los. Hij was al eerder bij de camper geweest, maar toen lag ik een beetje te dommelen op de bank en ik denk dat hij mij ook wel heeft gezien. Maar ik dacht, hij kan me wat. Ik deed net alsof ik niet hoorde dat er werd geklopt en ik ben mooi blijven liggen.
Hij is toen afgedropen. Jan was steeds op pad met een politiebeambte die ook maar niet opschoot.
We zijn vandaag tot Dahab gereden, een mooi vakantieoord en we hebben een mooie camping met om de hoek het strand. Veel toerisme, veel winkeltjes en veel restaurantjes. We blijven hier twee nachten.
Rita Eggens
(wordt vervolgd)