Ons verhaal voor de Jeugd
Vandaag aflevering 30 van een verhaal van Herbert Reinecker, getiteld Het verraderlijke nummer, uit het Duits vertaald door Leni Hof-Hoogland.
Het verraderlijke nummer
Hoofdstuk 4
DE VERDWENEN LEERLING (30)
“Volgens mij wil jij je vader als een klein kind behandelen”, zei Hoekman, nu wat ernstiger. “Je wilt niet dat hij weggaat zonder te zeggen waar hij heengaat en wat hij van plan is. Geen mens die dat neemt. Hij is tenslotte een volwassen man.”
“Ik wil daar niet met jou over praten”, zegt Karel. “Kom, we gaan”, beslist hij.
Hoekman bracht hen naar de deur. “Het was mij ondanks alles aangenaam”, zei hij, en hij lachte tegen Alexa. “Je hebt een mooie naam en zal ik je nog eens wat zeggen? Je bent een knap meisje.”
Met die woorden deed hij de deur achter hen dicht.
Karel liep voorop. Paul en Alexa volgden hem. Maar op het eerste trapportaal bleef Paul staan. Hij beduidde met zijn vinger tegen zijn lippen dat de anderen stil moesten zijn. Op zijn tenen liep hij de trap weer op, bukte zich, tilde voorzichtig de klep van de brievenbus op en luisterde.
Hij hoorde duidelijk dat Hoekman een telefoonnummer draaide. Daarna hoorde hij hem zeggen:
“Hallo Arie, Hoekman hier. De zoon van Schuster is net bij me geweest. Ja, die zoekt nog steeds zijn vader. Nee, ik kan hem er niet van afbrengen. Ja, afgesproken.”
(wordt vervolgd)