Ons verhaal voor de Jeugd
Vandaag aflevering 29 van een verhaal van Herbert Reinecker, getiteld Het verraderlijke nummer, uit het Duits vertaald door Leni Hof-Hoogland.
Het verraderlijke nummer
Hoofdstuk 4
DE VERDWENEN LEERLING (29)
Tegen Paul en Alexa zei hij: “Mag ik jullie wat te drinken aanbieden? Mogen jullie drinken? Wat zouden jullie zeggen van een glas whisky?"
”Bedankt, maar nee”, zei Paul, en hij glimlachte net zo vriendelijk als Hoekman had gedaan. “Wij gebruiken geen sterke drank."
“Kunnen jullie er niet tegen?” wilde Hoekman weten.
“Daar gaat het niet om”, antwoordde Paul. “We hebben vanavond nog veel te doen.”
“Jullie vinden die man toch niet”, zei Hoekman. “Hij wil niet gevonden worden. Het is een oude, slimme vos, die precies weet waar hij zich kan verstoppen. Op plaatsen, waar niemand hem kan vinden.”
Karel kwam naar hem toe. Hij had een leeg pakje sigaretten in zijn hand.
“Dit is het merk dat mijn vader rookt. Jij rookt andere sigaretten.”
“Hé”, weerde Hoekman af, “speel jij nu ook al voor detective?”
“Mijn vader is hier geweest. Waarom vertel je mij niet waar hij is?”
Hoekman lachte smalend. “Die sigaretten heeft een kennis van mij gerookt. Toevallig is het hetzelfde merk als dat van je vader. Ben je nu tevreden?”
“Laat maar zitten”, zei Karel zakelijk. “Ik weet zo langzamerhand wel dat jij voor een leugen je hand niet omdraait.”
“Nou nou”, grijnsde Hoekman. “ Vertel me eerst maar eens waarom je je vader zoekt. Want dat heb je me nog niet uitgelegd.”
Karel keek de man rustig aan. “Dat begrijp jij toch niet.”
(wordt vervolgd)