Niet Schieten... We are Dutch! (88)
Dit is de spannende geschiede-nis van de meest sensationele ontsnapping uit bezet Nederland naar Engeland in het tweede oorlogsjaar.
Een ongelooflijk verhaal, maar voor de volle honderd procent gebaseerd op ware feiten, aangeleverd door twee van de helden die op zes mei 1941 in een T8W Fokker watervliegtuig uit de Amsterdamse Minervahaven ontsnapten, Wybert Lindeman, een vliegtuig monteur uit Hengelo en jonkheer Jan Beelaerts van Blokland, officier in het Nederlandse leger en later een belangrijk man in de Prinses Irene Brigade.
Jan Hof schreef dit boek in 1980
==============================================
De monteur, even geschrokken maar snel hersteld, maakt een beweging met zijn hand en zegt dan:
“Ik moet hier wezen. Ik moet benzine bestellen. Für Herrn Wolters!”
De officier slikt. “Niks mee te maken!”, schreeuwt hij dan. “We hebben hier geen benzine. Daar is de Werkschutz voor. Los!”
“Ook goed”, mompelt Lindeman. Hij haalt zijn schouders op en zegt terwijl hij zich omdraait: “Dan ga ik daar wel heen” en hij loopt de bunker uit.
Als hij de schildwacht passeert, voelt hij plotseling de twee lichtkogels; het is alsof ze door zijn dijbeen heen branden.
“Wiedersehen”, groet hij de soldaat en hij wandelt verder, alsof hij zich in het Vondelpark bevindt.
Maar als hij weer terug is bij zijn collega is zijn zakdoek nat van het zweet, dat hij zich van het voorhoofd wist.
“Zulke grappen kunnen we beter niet meer uithalen”, bekent hij dezelfde avond nog tegenover Lenglet. “Dat is om moeilijkheden vragen en we zijn er nog niks mee opgeschoten ook.”
“Toch goed geprobeerd”, zegt Lenglet, als hij de twee gestolen lichtkogels in ontvangst neemt. “Maar je bent er nog niet. Onze piloot moet ook nog wat van je weten.”
Als ze de werkkamer binnenkomen blijkt Kappie daar al aanwezig te zijn.
“Ik ben er nog niet uit”, zegt hij tegen Lindeman. “Ik zou toch eerst dat boordboek door willen werken, dan weet ik precies waar ik aan toe ben.”
Het is alsof Wybert met een natte dweil in zijn gezicht wordt geslagen.
“Man, waar zit je verstand!” bijt hij de piloot toe, razend als nooit tevoren.
“Ik heb je alles verteld wat je moet weten en als de nood aan de man komt, kun je dat boek altijd nog inzien, het hangt in de cabine. Het is toch veel te gevaarlijk om nu nog eens dat vliegtuig in te gaan om een boordboek te stelen en het buiten de poort te brengen?”
(wordt vervolgd)