Ons verhaal voor de Jeugd
Vandaag aflevering 28 van een verhaal van Herbert Reinecker, getiteld Het verraderlijke nummer, uit het Duits vertaald door Leni Hof-Hoogland.
Het verraderlijke nummer
Hoofdstuk 4
DE VERDWENEN LEERLING (28)
Zonder iets te zeggen liep Karel naar binnen. Paul en Alexa liepen achter hem aan. De woonkamer was goed verlicht en zag er schoon uit. De platenspeler draaide nog. Hoekman had naar muziek zitten luisteren en was inderdaad alleen thuis.
Alexa begreep er niets van. Hoekman zag er aardig uit, hij gedroeg zich vriendelijk, was beleefd.
Zijn huis was opgeruimd en zonder donkere hoeken. Ze kon zich niet voorstellen dat deze man in de gevangenis had gezeten. Met grote ogen staarde zij hem aan.
Hoekman merkte het en glimlachte. Hij had mooie, witte tanden.
“En wie mag dat meisje wezen?” vroeg hij en daarna zei hij rechtstreeks tegen Alexa: “Hoe heet je?”
“Alexa.”
“Alexa …”, herhaalde Hoekman langzaam en met veel nadruk. De naam stond hem kennelijk aan. “Dat is een naam waar muziek in zit.”
Hij richtte zich tot Karel. “En nu rennen jullie met z’n allen achter je vader aan?”
“Ja! Heb je hem gezien?” vroeg Karel.
Paul hoorde dat er een andere klank in Karels stem was gekomen, zakelijker en harder dan anders. Er klonk afweer in door.
“Nee”, antwoordde Hoekman, “ik heb hem niet gezien. Je begint mij op mijn zenuwen te werken met je gezeur. Geloof me nu eindelijk eens, je vader komt niet bij mij. Wij hebben niks meer met elkaar te maken.”
“Mag ik even rondkijken?” vroeg Karel.
Hoekman lachte spottend. “Ga je gang.”
Hij bleef volkomen onverschillig.
(wordt vervolgd)
|