AsserJournaal
donderdag 25 oktober 2007
De SWA bouwt!
www.swa-assen.nl
 
 
AsserJournaal
Uitg. Stichting
Press Support

Hfd.red. Jan Hof
Tel.(0592) 37 10 17

Colofon (meer >>)

Reuring
BMT Media
Verhalen - Even een verhaaltje 12/10/2007 22:08

Verhaal voor de Jeugd
(en voor Ouderen)

 

Vandaag het slot van het titelverhaal van ‘De Veer van de Kraanvogel’ met sprookjes en verhalen uit het oude Rusland, vertaald en bewerkt door Leni Hof-Hoogland

 

De Veer van de Kraanvogel (11)

De moeder hoorde het, rukte zich los en rende naar binnen. Judshian liep achter haar aan.

“Wat hebben we hier eigenlijk nog te zoeken, zusters?” vroeg de zonnedochter. “Onze bruidegom heeft al een vrouw en een kind. Wij hemelse dochteren kunnen toch geen bijvrouwen worden? Laat ons terugkeren naar het bovenaardse rijk!”

Zij besteeg haar paard en het dier tilde haar met een grote sprong de hemel in.

De beide andere meisjes volgden haar. Toen ze ongeveer halverwege waren, riep de dochter der sterren opeens:

“Oh, zusters, wat zijn we dom geweest. We hebben onze bruidsschat op aarde achtergelaten!”

De dochter van de zon lachte trots. “Mijn vader is oneindig rijk en dat beetje vee zullen wij echt niet missen”, zei ze. “Hij geeft mij net zoveel als ik maar wil hebben.”

“Ik hoef van mijn vader evenmin een standje te verwachten”, zei de dochter van de maan.

De dochter van de sterren bloosde. “Dan mag mijn bruidsschat ook op aarde blijven”, zei ze. “Mijn vader is wel niet zo rijk als die van jullie, maar voor mij heeft hij alles over.”

De drie bovenaardse vrouwen keerden dus niet terug naar de aarde. Hun hele rijkdom, hun bruidsschatten en het vee, bleef bij Judshian. Nu wilde

Judshian niets liever dan naar zijn vaderland terugkeren. Hij stootte een langgerekt gefluit uit en daar kwam zijn paard al aan galopperen En daar gingen ze. Het wiegje werd op de schoft vastgesnoerd en Judshian liet zijn vrouw voor zich zitten. Op de wieg zat de trouwe vogel en zong liedjes voor het zoontje.

De driemaal tachtig koppels paarden sprongen om hen heen en de driemaal negentig koeien hobbelden achter hen aan. Zo reisden ze tot ze thuis kwamen. Een knappe jongeling snelde hen tegemoet. Hij was slank van bouw en breed in de schouders.

“Ben jij misschien mijn broertje Chodshugur?” vroeg Judshian.

“Ben ik dan zo groot geworden dat je met niet meer herkent?” lachte Chodshugur. “Ik zie dat je je vrouw, mijn lieve schoonzuster, hebt heroverd. Vergeef mij het kwaad dat ik je heb aangedaan.”

Samen leefden ze verder en het ging hen goed. En zo moet het allemaal gebeurd zijn, zo wordt het verhaald!

 

(EINDE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit artikel afdrukken Reageren op dit artikel

Reuring
Uw reclame hier?



3330368
Naar boven
WebDesign en hosting: BMT Media