AsserJournaal
woensdag 27 juni 2007
De SWA bouwt!
www.swa-assen.nl
 
 
AsserJournaal
Uitg. Stichting
Press Support

Hfd.red. Jan Hof
Tel.(0592) 37 10 17

Colofon (meer >>)

BMT Media - Uw website van A tot Z
Reuring
Verhalen - Even een verhaaltje 23/06/2007 01:48

     Verhaal voor de jeugd


Dingo is op weg naar huis met de kleine kangoeroe en Larry brengt hem een eind weg. Dan nemen Larry en Dingo afscheid van elkaar

Dingo, de Wilde Hond (24)

Door Leni Hof-Hoogland

 

Dingo stapte flink door. Hij sprong blij tegen Larry op en kwispelde met zijn staart. Larry bukte zich en streelde de kleine kangoeroe. Het beestje trilde van angst.

“Kom maar gauw mee, Dingo”, zei Larry. “Je vriendje kan ook met ons meelopen. Ik breng je nog een klein eindje verder, dan ga ik terug.”

Dingo verstond wel niet wat zijn baasje zei, maar hij begreep dat het allemaal goed bedoeld was.

“Zie je wel dat hij niets doet”, zei hij tegen de kleine kangoeroe. “Het is een aardige mensenjongen, echt waar!”

De kleine kangoeroe probeerde dapper te kijken, maar dat lukte hem niet erg, want zijn hartje ging nog flink te keer. Nog tien minuten liep Larry met de beide dieren voort. Toen stopte hij en zei:

“Nu ga ik terug, Dingo. Ik zal je nooit vergeten en ik hoop maar dat je gelukkig wordt in de woestijn.”

Hij streek de hond over zijn vacht en Dingo sprong tegen hem op en likte zijn handen. De tranen sprongen Larry in de ogen.

“Vaarwel, Dingo”, zei hij zacht. “Ik hoop maar dat ze je nooit dood zullen schieten.”

Daarna draaide hij zich om en holde weg. Dingo en de kangoeroe keken hem na.

“Hij gaat weer naar de boerderij”, zei Dingo. “We zullen flink doorstappen en zien dat we thuiskomen.”

De kangoeroe haalde opgelucht adem. “Ik ben blij dat hij weg is”, zei hij. “Wat heb ik in angst gezeten!”

“Ik had je toch verteld dat je niet bang hoefde te zijn”, zei Dingo. “En als ik wat zeg, dan kun je dat gerust geloven.”

Zwijgend liepen de twee dieren door. Ze dachten allebei aan hun ouders en broers en zussen. De kleine kangoeroe was wel een beetje bang dat hij een standje zou krijgen omdat hij zomaar was weggelopen. Maar als ze dan zagen dat hij Dingo had gevonden, dan zouden ze vast niet meer boos op hem zijn. Dingo dacht er aan dat Danga en Dongo wel flinke honden zouden zijn geworden. En zouden zijn vader en moeder blij zijn hem weer te zien?

Het was een vermoeiende wandeling in de brandende zon en ze begonnen erg moe te worden.

“Ik wou maar dat we er waren”, zuchtte de kleine kangoeroe. “Ik ben zo moe, mijn benen willen haast niet meer.”

Dingo vond dat ze dan maar even moesten gaan rusten en dus gingen de twee dieren even zitten in de schaduw van een paar struiken.

“Zit je goed, kleine?” vroeg Dingo.

“Je moet niet altijd ‘kleine’ zeggen”, zei de kangoeroe. “Ik heet Hinkeltje en zo klein ben ik toch niet?”

“Nou, goed dan”, lachte Dingo. “Ik zal wel Hinkeltje tegen je zeggen, hoor.”

De kangoeroe doezelde een beetje weg, zo moe was hij. Maar Dingo was klaarwakker. Hij staarde in de verte. Plotseling sprong hij met een schreeuw overeind.

 (wordt vervolgd)

Dit artikel afdrukken Reageren op dit artikel

Uw reclame hier?



2877937
Naar boven
WebDesign en hosting: BMT Media