|
LAATSTE NIEUWS!!!
Hoofdredactie AsserJournaal
in blijde verwachting
Niet alledaagse gebeurtenis
op 33 meter hoogte
ASSEN – De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Er kan sinds zondagmorgen 18 juli mededeling worden gedaan van het heugelijke feit dat het hoofdredactionele echtpaar (75 en 70) van het AsserJournaal in blijde verwachting is.
Indien er zich geen complicaties voordoen mag de geboorte over circa drie weken worden verwacht. Er is hier sprake van een niet-alledaagse gebeurtenis die plaatsvond op 33 meter hoogte. Het is bovendien niet uitgesloten dat het wonder een nog grotere omvang krijgt, want het is niet onmogelijk dat er zich nog een tweede boreling aandient; enige zekerheid daaromtrent is (nog) niet te geven. Daarvoor is de huidige toestand nog te labiel. Voor het echtpaar is de hele zaak als een zeer grote verrassing gekomen. Er waren sinds vrijdag wel enige verschijnselen gecon-stateerd die wezen op een mogelijk te ontstane niet alledaagse gebeurtenis.
De omstandigheden waren echter verre van ideaal en daarom werd geen rekening gehouden met een in de ogen van het echtpaar sensationele ontwikkeling die beider gemoederen bijzonder in beweging hebben gebracht.
De lezers van het AsserJournaal zullen over het verloop van deze bijzondere zaak met nieuws uit de eerste hand op de hoogte worden gehouden.
Hoe het allemaal begon
(door Jan Hof)
De laatste dagen was er in onze behuizing weer enige herkenbare nervositeit te bespeuren bij zowel de elfjarige poes als de echtgenote.
Er waren weer duiven gesignaleerd. In deze tijd van het jaar geen bijzonderheid want er wordt weer volop in wedstrijdverband gevlogen. Bij herhaling strijken er duiven, al dan niet de koers kwijt geraakt, op de galerijen van flatgebouwen neer en zoeken daar een rust- en schuilplaats.
De meeste niet-duivenbezitters en dan speciaal vrouwen zijn daar niet zo gelukkig mee, want een duif mag een mooi koppie hebben, het achtereind bezorgt vooral de vrouwen de bibbers, want zij moeten als regel de rotzooi opruimen en zien hun wasgoed bedreigd.
Ook bij ons heerste d ie stemming en toen enige vliegers zich bij herhaling schuldig maakten aan balkonvredebreuk, werd dat door poes zowel als echtgenote niet op prijsgesteld en ze werden bij herhaling weggestuurd. Hardnek-kige brutaliteit is de duif niet vreemd. Dat bleek vrijdag toen een koppel positie koos bij een hangbak met geraniums, zich op uitdrukkelijk bevel overdag verwijderden, maar kennelijk terugkeerden als ze de kust weer veilig achtten, want zaterdagochtend zat er een duif midden in de bloembak, terwijl een andere op enige afstand met een twijgje in de snavel toekeek.
ONSYMPATHIEKE MAATREGEL
Denkend aan het later op te hangen wasgoed en ingebeten, niet meer te verwijderen plekken op de balkonvloer nam de echtgenote de ook in haar dierenliefdevolle ogen de onsympathieke maatregel het tweetal weg te jagen.
Ik vond dat wel een beetje verdrietig voor duif en doffer, maar als man met veel begrip voor wat dan ook, steunde ik de actie. Ik liep naar de geraniumbak en haalde daar een aantal droge twijgjes uit waar we dezelfde avond, als het mooi weer zou zijn geweest, met gemak de barrekeu mee aan de smeul hadden kunnen krijgen.
De bos ging regelrecht de vuilniszak in en na die daad leek alles weer op zijn plaats. Aanstaand wasgoed veilig en de poes niet meer nerveus van de aanvliegers.
Niets meer aan de hand, dus. Rust in de tent.
Maar toen gebeurde het. Net toen het uitgestelde tweede bakje koffie zou worden ingenomen streek, zichtbaar voor ons beiden, een duif neer op wat wij plegen te noemen de reling van het balkon, op een meter afstand van de bloemenbak.
EENZAAM ZIELIG
Of het nu de duif of de doffer was ging aan ons voorbij, maar hij of zij stond daar zo eenzaam zielig naar die bak te kijken, dat de echtgenote zachtjes losliet: ‘Ik vind het toch wel zielig…’.
En ik zei: ‘Als ik nou beloof de vloer te boenen en jij kookt de was een paar keer op honderd graden als dat nodig is, zullen we dan…’
Welnu, ik heb de bos twijgjes uit de vuilniszak gehaald, ze een beetje in elkaar gefrommeld en ze weer tussen de geraniums gelegd. Mijn voorstel om er ook nog een paar pluisjes verbandwatten tussen te duwen haalde het niet, want dat was niet natuurlijk, vond de echtgenote. ‘Vogels hebben hun eigen zachte landing vanwege hun verenpak’.
De zaterdag verliep verder met zo nu en dan schuldig naar buiten kijken in de hoop dat de verdrevenen weer zouden terugkeren.
De zware wolken die langs ons heen joegen en het periodieke gehuil van de wind deden ons lichtelijk huiveren bij de gedachte dat we een hoopvol begonnen duivenpaar van het nest hadden gejaagd en die du istere wereld van bliksemflitsen en onweer en gedonder hadden ingestuurd.
Toen de zaterdag bijna voorbij was en ik een laatste blik wilde werpen op de inktzwarte, rumoerige wereld buiten, zag ik plotseling in het licht van het raam waarachter deze krant wordt vervaardigd, de bloemen-bak en in het midden daarvan de aftekening van een roerloos zittende vogel. Het was een duif.
Met veel rust in het hart zijn we toen de slaap ingedoken en na terugkeer uit de diepten van onpeilbare dromen zagen we beiden gerustgesteld de nog steeds onbeweeglijke figuur tussen de geraniums zitten.
Het had het boze zomernoodweer goed doorstaan. En zelfs meer dan dat. Toen mijn vrouw een paar uur later constateerde dat het nest verlaten was, meende zij wat wits waar te nemen. Nieuwsgierig naderde zij de geraniums, ging op een stoeltje staan en zag in het midden daar een ei liggen.
Het is daarna nog even spannend geweest of moeder duif, die al zo spoedig na de bevalling het nest had verlaten, spoedig weer gezond zou terugkeren.
De last was verdwenen toen zij zich weer meldde en met grote onverschilligheid voor wat er om haar heen gebeurde, de stem van de natuur volgde en als een Boeddha haar ei bedekte.
Zal er nog een tweede komen?
Zo ja, dan zullen we u er met grote blijdschap kennis van laten nemen.

|