AsserJournaal
woensdag 10 oktober 2007
De SWA bouwt!
www.swa-assen.nl
 
 
AsserJournaal
Uitg. Stichting
Press Support

Hfd.red. Jan Hof
Tel.(0592) 37 10 17

Colofon (meer >>)

Reuring
BMT Media
Verhalen - Even een verhaaltje 09/10/2007 01:48

Verhaal voor de Jeugd
(en ook voor Ouderen)

  

Vandaag het zevende deel van het titelverhaal van het boek ‘De Veer van de Kraanvogel’, met verhalen en sprookjes uit het oude Rusland, vertaald en bewerkt door Leni Hof-Hoogland.

 

De Veer van de Kraanvogel (7)

De rotsen werden telkens steiler, de afgronden dieper en de rotsblokken scherper. Nog lange tijd klom hij, maar eindelijk was hij bovenop de berg en trad hij het witte huisje binnen.

Het zag er binnen netjes en gezellig uit. In de haard knapperde het vuur. Middenin het kamertje stond een gouden wieg, waarop een vogel zat die de wieg deed schommelen. Toen de vogel de vreemdeling zag, kromp hij in elkaar en riep “Tsjilp, tsjilp, tsjilp!” Daarna zei hij met een menselijke stem: “Ben jij misschien Judshian en zoek je je vrouw?”

“Die ben ik en ik zoek mijn vrouw”, zei Judshian, terwijl hij de wieg geen ogenblik uit het oog verloor.

“Kom in dat geval naderbij en aanschouw je zoontje”, zei de vogel.

Judshian boog zich over de wieg. Er lag een snoezig kind in. Toen het Judshian zag, strekte het de mollige armpjes naar hem uit.

“Tsjilp, tsjilp!” zei de vogel. “Het vaderbloed spreekt. Speel met je zoon, Judshian, ik ben moe van het wiegen.”

Judshian veranderde zich in een hermelijn, sprong in de wieg op en neer en maakte wonderlijke buitelingen. De kleine jongen lachte.

Daar klonken voetstappen, de deur kraakte. De vogel zei: “Ik weet niet of je vrouw je wel wil zien. Verstop je snel!”

Judshian, nog steeds als hermelijn, verstopte zich onder wat dierenhuiden. Het kind begon te huilen nu de pret voorbij was. De witte kraanvogel kwam aangerend, gooide haar verenkleed af en nam het kind in haar armen. Het jongetje voelde de warmte van zijn moeder en werd weer rustig.

Nu kroop de hermelijn onder de dierenvellen vandaan en veranderde weer in Judshian. Hij greep het verenkleed en gooide het in het vuur. De vrouw gaf een harde schreeuw en vroeg verwijtend: “Waarom heb je dat nu gedaan?” Daarna viel zij op de grond en bleef bewegingloos liggen.

Judshian nam haar in zijn armen, drukte haar tegen zijn borst, warmde haar met zijn adem, maar niets deed haar tot leven komen. Een dodelijke slaap hield haar gevangen. Judshian liet zich op een stapel huiden vallen en jammerde:

“Mijn zwartste uur is aangebroken! Een tijd van treurnis is gekomen. En ze heeft nog wel zo duidelijk tegen me gezegd het kleed niet in het vuur te gooien, omdat het dan slecht met haar zou aflopen.

Nu heb ik mijn hoofd verloren en haar ongeluk veroorzaakt. Het is mijn eigen schuld. Ik zal de zwakte met kracht bestrijden en de eenvoud met sluwheid. Het mogelijke en het onmogelijke zal ik doen om het kwaad, dat ik haar gedaan heb, goed te maken.”

 

(wordt vervolgd)

 

 

 

 

 

Dit artikel afdrukken Reageren op dit artikel

Reuring
Uw reclame hier?



3270302
Naar boven
WebDesign en hosting: BMT Media