Verhaal voor de Jeugd
Minet gaat terug naar de boerderij en Dingo en Cindy gaan een plek zoeken om hun nestje te bouwen.
Dingo, de Wilde Hond (30)
Door Leni Hof-Hoogland
Moeder Dingo had ’s avonds een smakelijke maaltijd klaar, waar ze allemaal heerlijk van smulden. En daarna was het de hoogste tijd om te gaan slapen, want vooral Minet en Cindy waren erg moe.
De volgende morgen vertrok Minet weer naar de boerderij. Ze bedankte moeder Dingo voor de fijne dag die ze had gehad. Daarop zei moeder Dingo dat ze gerust terug mocht komen, zo vaak ze maar wilde.
Dingo en Cindy brachten de poes een eind weg.
“Kun je het nu verder alleen vinden?” vroeg Dingo toen ze een heel eind gelopen hadden.
Poes Minet dacht van wel en dus namen de dieren afscheid van elkaar.
“Vergeet ons feest niet, Minetje”, zei Cindy.
“Ja, kom alsjeblieft”, voegde Dingo er aan toe.
Minet beloofde het en vertrok, nagewuifd door haar vrienden.
“Zo”, zei Dingo, toen Minet uit het zicht verdwenen was. “Nu gaan we terug naar huis en dan zoeken we straks een mooi plekje voor ons eigen hol. Hoe lijkt je dat, Cindy?”
Het leek Cindy heerlijk. Druk pratend over hun plannen liepen de dieren terug. Moeder Dingo had de dauwdruppelthee al weer klaar.
“Drink maar gauw wat”, zei ze. “Jullie zullen wel dorst hebben, want het is warm vandaag.”
Dingo vertelde over de plannen van hem en Cindy om een plek voor hun eigen hol te gaan zoeken. Moeder Dingo vond het prima.
“Ik hoop maar dat jullie niet zo ver gaan wonen”, zei ze. “Want ik zou het fijn vinden als we elkaar vaak konden opzoeken.”
Na de thee gingen Dingo en Cindy op stap. Cindy vond het reuze in de woestijn en Dingo vertelde haar van alles over de dieren en de planten.
“Wat ben je toch knap, Dingo”, zei Cindy bewonderend.
“Niks bijzonders, hoor”, zei Dingo. “Dat heb ik op de dingoschool geleerd.”
Er waren plekjes genoeg te vinden, maar Dingo wilde hun hol het liefste maken op een plek, waar niemand kon zien dat daar een hol was.
Onderweg kwamen ze meneer Vos tegen.
“Daar komt meneer Vos aan”, zei Dingo. “Maar wat doet hij vreemd!”
(wordt vervolgd)