Vandaag de 29ste aflevering van een verhaal van Herbert Reinecker, getiteld ‘Chantage na het feest’, uit het Duits vertaald door Leni Hof-Hoogland.
Chantage na het feest (29)
Hoofdstuk 4
EEN MOEILIJKE OPGAVE VOOR PAUL
Hij had de hoofdinspecteur graag het hele verhaal verteld, maar hij durfde niet, want je kon nooit weten hoe de reactie zou zijn. Hij was tenslotte een rechercheur en zijn werk was de misdaad te bestrijden. Hij zou misschien helemaal geen rekening met Evert houden en dat mocht Paul eigenlijk ook niet van hem verlangen.
Tegen vijf uur sprong Paul weer op de fiets en reed naar het bureau. Hij ging met de lift naar de derde verdieping. Hij wist de weg tamelijk goed in het gebouw en vond het kantoor van de hoofdinspecteur vlot. Deze begroette hem vriendelijk.
“Ga zitten”, zei hij en voegde eraan toe: “Weet je waarom ik je heb laten komen? Omdat ik het gevoel had, dat je me nog niet alles hebt verteld.”
“Hoe dat zo?” vroeg Paul geschrokken.
“Je was zo voorzichtig”, antwoordde de hoofdinspecteur.
“U heeft het mis”, zei Paul.
“Ik had sterk de indruk van niet”, hield de politieman vol. “Heb je echt niets verzwegen?”
“Ik wilde alleen uw raad. Wat ik eraan kan doen.”
De hoofdinspecteur belde met een andere afdeling en korte tijd later kwam er een man van ongeveer dertig jaar binnen. Hij was klein en dik, had een grijze pullover aan en maakte een gemoedelijke indruk. Hij zag er helemaal niet als een politieman uit.”
De hoofdinspecteur stelde hem voor als inspecteur Hind van de narcoticabrigade.
Hind keek Paul aan. “Heb je wel eens een hasj-sigaret gerookt?”
“Nee”, zei Paul, geheel naar waarheid, “maar verschillende van mijn vrienden wel. Uit nieuwsgierigheid of om het eens te proberen.”
(wordt vervolgd)