In juni 1944 vonden in Arnhem twee spectaculaire verzetsacties van de LO-LKP plaats. Deze leidden tot de bevrijding uit De Koepel van de befaamde ‘Frits de Zwerver’ (de Drentse verzetsdominee Fredrik Slomp) op 11 mei en een maand later tot die van 54 gearresteerde verzetsmensen uit het Huis van Bewaring.
Ds. Slomp uit Heemse was met verzetsvrouw Tante Riek uit Winterswijk, de oprichter van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, de grootste verzetsbeweging die ons land kende.
Over deze twee verbazingwekkende verzetsdaden, die zonder bloedvergieten verliepen, schreef JAN HOF het boek ’De Dubbele Slag in Arnhem’, die in tegenstelling tot ‘De Slag om Arnhem’ in september wel gelukte.
De Dubbele Slag in
Arnhem (21) 11 mei 1944
Een zwarte dag voor de SD en een verjaardagstaart in het
gezicht van Mussert
CEL 53 BEZET DOOR DE DOMINEE
Ook op de ochtend van de derde mei zijn er voor de jongens van de KP weinig aanknopingspunten. Hun grootste hoop was gevestigd op Joop, maar die kon alleen maar vertellen dat Frits niet in De Koepel zat. Overal waar mogelijk werd geïnformeerd, maar nergens konden ze enig houvast krijgen.
Totdat Joop van Veldhoven met het goede nieuws komt: Frits de Zwerver is gevonden. Hij zit wél in De Koepel.
Joop heeft het klantenboek nog eens kunnen inzien en daar de naam zien staan van de man die ze zochten. Hij kon tussen de middag even uit de bajes en zocht ogenblikkelijk contact met Jelt en Evert, die hij kon vertellen dat Cel 53 bezet is door de dominee.
Joops mededeling wordt met vreugde ontvangen. Niet dat ervan wordt uitgegaan dat de gevangene ook binnenkort weer vrij zal zijn, maar nu kan er aan een plan voor zijn bevrijding worden gewerkt.
Joop zegt toe dat hij zal proberen zo snel mogelijk in contact te komen met Oom Frits. En hij houdt woord.
De woensdag begint voor dominee Slomp anders dan de dag ervoor. Toen zal hij nog alleen in Cel 53, maar nu heeft hij gezelschap. Hij heeft een celmaat gekregen en hij vraagt zich af of hij daar nu blij mee moet zijn of niet. Eigenlijk niet nee, want zo’n kleine ruimte te moeten delen is beslist niet aanlokkelijk. Aan de andere kant, als de medegevangene een beetje aardige vent is, valt het misschien wel mee.
Na de kennismaking denkt de dominee als voorlopige conclusie te mogen stellen, dat hij het minder had kunnen treffen.
Zijn celgenoot, die overigens niets zei over het hoe en waarom hij in De Koepel moet zitten, is een man met wie je waarschijnlijk wel een gesprek kunt voeren. Hij schrijft niet al te lichte boeken en is ook nog een aardige prater.
(wordt vervolgd)
|