Verhaal voor de Jeugd
(en ook voor Ouderen)
Vandaag deel zeven van het verhaal van de Reus Wistsch-Otyr uit het boek met vertellingen en sprookjes uit het oude Rusland ‘De Veer van de Kraanvogel’, vertaald en bewerkt door Leni Hof Hoogland
Het verhaal van de Reus Wistsch-Otyr (7)
De woudgeesten maakten zich gereed voor de strijd en gingen op weg. Het waren er zó veel, dat de eersten al bij Wistsch-Otyrs huis aankwamen, toen de laatsten nog door de poort moesten. Vooraan de stoet liep de zes meter lange Menkw-Oika. Naast hem liep zijn broer, Pirch-Kamka-Sort-Kamka. Menkw-Oika liep naar de omheining en schreeuwde:
“Hé, Wistsch-Otyr, geef mijn gevangene terug, de kleine vrouw! Als je dat niet wilt, laat dan maar eens zien hoe sterk en hoe slim je bent. Dan zullen we wel aan de weet komen wie wie kan bedwingen!”
Wistsch-Otyr trok een pijl uit de koker. De pijl was wel 70 centimeter lang en had een ijzeren punt van 50 centimeter. Hij spande de boog zo strak, dat deze net zo breed was als de pijl met de ijzeren punt. Hij richtte en schoot.
Snorrend ging de pijl er vandoor, trof de woudgeest in zijn schouder, zodat hij op de grond viel en vloog nog verder tot hij zich in de grond boorde tot aan het einde van de ijzeren punt.
Menkw-Oika sprong overeind en rende op de ommuring af. Hij begon er op in te hakken met zijn grote mes en riep:
“Wat wil je eigenlijk met die pijlen van jou? Je kunt toch nooit van me winnen!”
Wistsch-Otyr schoot een tweede pijl af waarmee hij de woudgeest in de borst trof. Menkw-Oika werd wel zes meter weggeslingerd en de pijl suisde over de hoofden van de krijgers heen en boorde zich tot aan de veren toe in de grond.
Zo streden ze drie dagen lang, zonder te eten en drie nachten lang, zonder te slapen. Wistsch-Otyr had de huid van zijn vingers pijnlijk geschaafd aan de pees van de boog. Opeens hoorde hij Menkw-Oika roepen:
“Hé, Wistsch-Otyr, wat zou je ervan zeggen als we eens een hapje gingen eten en een beetje uitrusten?”
Ze onderbraken de strijd. Wistsch-Otyr ging naar binnen. Zijn jonge vrouw nam hem de boog uit handen en zette deze in de hoek.
Met haar mouwen veegde ze het zweet van zijn gezicht. Ze gaf hem te eten en te drinken. Wistsch-Otyr zei tot zijn zuster:
“Ga snel naar onze oudste broer en zeg hem dat mijn vingers kapot zijn door de pees van mijn boog en dat mijn krachten uitgeput raken. Vraag hem te komen om me te helpen. Ga door de ondergrondse gang, die van mijn huis naar het zijne loopt.”
(wordt vervolgd)