Jan en Rita Eggens
Met de Camper op
Afrikaans Avontuur
(Aflevering 5)
Na hun grote reizen door China en een aantal Aziatische landen meer, Mexico, Canada en de Verenigde Staten tot in Alaska toe, zijn Assenaren Jan en Rita er met hun camper weer op uit getrokken. Het reisdoel is nu Afrika en dat wordt een echt avontuur, want ze komen daar nog omstandig-heden van een eeuw geleden tegen. De eerste reisbele- venissen van Jan en Rita Eggens eindigden bij een camping even over de Turks-Syrische grens, waar gast-vrijheid genoten werd van de campingbeheerer. Vandaar trokken ze verder Syrië in. waar ze zich nu al enige dagen bevinden.
Lange rijen voor de tankstations,
want
de diesel is hier schaars
Van Crac des Chevaliers (foto) vertrekken we weer. Het doel is vandaag Palmyra te bereiken.
We moeten diesel tanken en het blijft een probleem want na drie keer een stop hadden we nog niets. Wel weten we nu wat het probleem is. Er is een zwarte handel naar Libanon. Daar wordt de diesel tegen woekerprijzen verkocht hoewel dat wel verboden is. Als we in Homs aankomen zien we een pomp-station waar een file voor staat. Wij gaan er ook staan en ik stap alvast even uit om te zien aan welke kant de dieselpomp zich bevindt.
Ik vraag het aan de pompbediende die druk bezig is. Hij vraagt waar we staan en hij zegt dat we wel naar voren kunnen rijden. Ze zijn in Syrië altijd behulpzaam voor toeristen en we waren snel aan de beurt en kregen de tank gelu
kkig weer vol. We vonden al snel de weg naar Palmyra, een lange smalle weg, dwars door de hete zandwoes-tijn waar veel Bedouinen in hun tenten wonen. Onderweg zagen we weer veel militaire controleposten want we zijn dicht bij Bagdad, dus moeten we oppassen dat we niet de verkeerde afslag nemen. We zien weer een tankstation en willen nu proberen de reserve tank vol te krijgen maar dat ging niet zomaar. De pompbediende wou het in eerste instantie niet doen, maar net toen Jan zich had omgedraaid riep hij hem terug,
Jan legde hem uit waarom hij de tank graag vol wilde hebben. De man zwichtte en we kregen dus toch diesel. Ze willen voorkomen dat er handel mee wordt gedreven, maar dat waren wij natuurlijk helemaal niet van plan.
Toen Jan hem een ‘bakshees’ wilde geven wou hij dat niet aannemen. Het was ons al vaker opgevallen dat Syriërs wel geven, maar er niets voor terug willen hebben, terwijl ze het hier toch echt niet breed hebben. Na zo'n 180 km. door de woestijn naderen we de grootste bezienswaardigheid van Syrië, Palmyra. Vroeger heette de stad
Tadmor, zoals nog steeds veel Syriërs deze stad noemen. Het is een oase middenin de woestijn, waar veel palmbomen groeien. Middenin deze oase bevinden zich de ruïnes zover je kunt kijken. We parkeren onze camper naast een hotel dat ook camperplaatsen heeft en waar we aan de stroom kunnen staan en water kunnen krijgen, Vanuit de camper kijken we zo op de ruïnes.
Als we geïnstalleerd zijn gaan we lopend op pad. We kunnen er zo naar toe lopen. Het is bloedheet maar het is de moeite waard. Dit moet je echt gezien hebben, anders ben je niet in Syrië geweest.
De hele middag slenteren we rond en bekijken de graftombes. Ook wonen er mensen in huisjes die je eigenlijk geen huis meer kunt noemen. Veel van hen rijden in heel oude Mercedessen. De liefheb-ber zou hier stinkend jaloers worden want het zijn er nogal wat en het rijdt ook nog allemaal. Onvoorstelbaar. Als we 's avonds in de camper zitten steekt er een enorme zandstorm op. Je kon niets meer zien, het was één grote zandwolk en bovendien was er ook nog een onweersbui, ofschoon er niet veel water viel.
Het duurde een hele tijd voordat de storm voorbij was. Onze camper ging behoorlijk heen en weer hoewel we wel wat beschutting hadden van de muur van het hotel.
Als het hier stormt dan spookt het echt. Dan kun je beter niet op de weg zijn We waren blij dat we rustig bij het hotel vertoefden. Als de storm voorbij is kunnen we op weg, richting de hoofdstad Damascus.
Rita Eggens
(wordt vervolgd)