Verhaal voor de Jeugd
(en voor Ouderen)
Uit het boek ‘De Veer van de Veervogel’, met verhalen en sprookjes uit het oude Rusland, vandaag deel vier van ‘Hoe het Wylka op de zee verging’.
Hoe het Wylka op
de Zee verging (4)
Hoe lang Wylka daar nog alleen op die schots dreef, wie zal het zeggen?. Hij werd heel mager. Zijn kleren raakten versleten, zijn bontlaarzen raakten kapot. Als de zon doorkwam werd hij een beetje warm, maar vroor het, dan wist hij niet meer of hij dood of levend was. Hij was al zijn krachten verloren en kon niet veel anders doen dan met gesloten ogen stil liggen.
De wind knabbelde aan de ijsschots en de golven braken er stukken af. De schots werd telkens kleiner en zou spoedig smelten.
Op een morgen krabbelde er iets tegen de schots. Wylka sloeg de ogen op en zag naast zich een boom in het water schommelen. Het was een grote boom, zeker door een hevige storm met wortel en al uitgerukt.
Wylka klom op de stam en kroop tussen de wortels. Hij begreep niet meer wat er met hem gebeurde en zag alleen nog de zon opkomen, de golven aan komen rollen en het schuim opspatten.
Maar de boomstam dreef rustig door, tot deze uiteindelijk tegen de rand van het ijs langs de oever stootte. Wyla hoorde een vreemd gedreun en een stem die zei:
“Leef je nog, Wylka? Of ben je dood? Daar is land. Sta op!”
Wylka klauterde omhoog en zag een verre donkere streep. Of het land was of een wolk, was niet te zien.
Moeizaam strompelde hij van de boomstam op het ijs, blies toen even uit en begaf zich in de richting van de donkere streep. Als hij kon liep hij rechtop, als dat niet ging, kroop hij en als zijn krachten hem begaven, bleef hij liggen.
Eindelijk bereikte hij de oever.
“Zo is mijn geraamte toch nog op de aarde terecht gekomen”, dacht hij “En hoef ik tenminste niet in het water te sterven!”
Hij keek eens om zich heen – voor hem stond een hoge boom. Daaronder was een diep gat. Wylka kroop in het gat en sliep in.
Hij werd wakker van een kloppend geluid. De boom boven hem leefde, iemand hakte op de wortels in.
“Als de boom omvalt, kom ik er onder”, dacht Wylka.
Omdat hij de kracht niet had uit het gat te kruipen, riep hij: ”Wat moet die herrie? Pas op, anders zal ik je krijgen!”
(wordt vervolgd)