Ons verhaal voor de jeugd
(en voor Ouderen)
Uit het boek ‘De Veer van de Kraanvogel’, met verhalen en sprookjes uit het oude Rusland, vandaag het tweede deel van ‘Hoe het Wylka op de Zee verging’.
Hoe het Wylka op
de zee verging (2)
Maar hij ging door, steeds langs de oever van het riviertje. Lange tijd ging het rechtuit, maar bij een hoge rots boog het plotseling af. Wylka stopte weer en snoof nog wat tabak. Het voorste witte rendier draaide zich om en nieste.
“Nu heeft het tweede rendier geniest”, dacht Wylka. “Het is wel zeker dat ik ten onder zal gaan.”
Hij keerde evenwel niet terug, maar ging door. Veel tijd ging voorbij en de zon was al boven de Oeral gestegen.
Het riviertje was nu bijna bij de zee en was veel breder geworden. Wylka stopte weer.Hij haalde de tabaksdoos voor de dag. Een beetje tabak viel er uit en waaide weg. Alle vijf rendieren legden hun gewei in de nek en niesten.
“Nu hebben ze alle vijf geniest”, dacht Wylka. “Ik moet wel ten onder gaan!”
Die gedachte weerhield hem er toch niet van door te gaan naar de zee. Bij de oever aangekomen bleven de rendieren staan en keken recht voor zich uit. Ook Wylka keek recht voor zich uit. Hij zag een ijsbeer aan de oever van de zee over het ijs lopen.
“Net wat ik zocht”, zei Wylka. “De jacht kan beginnen!”
Hij stuurde de vijf rendieren het ijs op. De beer bleef staan wachten. Het leek wel of hij Wylka wilde lokken. Pas toen de slee vlakbij was, keerde de beer zich om en liep van de oever weg.
“Ik ga hem achterna”, dacht Wylka. “Mijn rendieren zijn snel!”
De beer liep zo snel hij kon. Met zijn achterpoten deed hij de bevroren sneeuw opvliegen, zodat Wylka de volle laag kreeg. De rendieren draafden hem zo snel achterna, dat hun hoeven nauwelijks de grond raakten.
Plotseling week het ijs en er ontstond een spleet die een stap breed was. Wees voorzichtig Wylka, het voorjaar is op komst en het ijs zal breken! Maar Wylka had alleen oog voor de beer en lette niet op de scheur in het ijs. De beer sprong over de spleet en de rendieren trokken de slee er gemakkelijk overheen.
En de jacht ging verder. Weer kwam er een scheur in het ijs, nu twee stappen breed. De beer ging er overheen, de slee ook. De derde scheur in het ijs was drie stappen breed. De beer zette zich af en sprong er over. De rendieren namen een flinke aanloop en vlogen er als vogels overheen.
Wylka schoot op de beer. Brullend ging het dier op de achterpoten staan en sloeg het laatste rendier neer. Het rendier viel dood neer en de beer ook.
Wylka vilde de beer. Het vlees liet hij liggen, maar de huid nam hij mee. Hij keerde de slee en ging terug. Kalmpjes gleed hij over het ijs. Hij zong er het lied van de trefzekere Wylka bij.
(wordt vervolgd)