Hoofdstuk 13
De heer Vliegenfluit
hoort vliegen fluiten
“Hebt u geld?” vroeg Kai.
“Ja”, zei de heer Koebalski.
“Koop dan een kaartje naar Constantinopel”, zei Kai. “De Orientexpres vertrekt over tien minuten. Ik hoop dat u daar reclamekoning wordt.”
De heer Koebalski stak zijn hand uit naar de vuile jongenshand en wilde hem danken, maar voordat hij de juiste woorden vond, was Kai al verdwenen.
Buiten keek Kai op de grote elektrische stationsklok. Het was twintig minuten voor vier.
Toen het nog tien minuten voor vier uur was, stond mister Joe Allan in kamer 12 van Hotel Imperator voor zijn koffer. Die was helemaal gepakt, alleen zijn pantoffels moesten er nog in. Mister Joe Allan liep naar de deur en belde. Emiel verscheen.
“Mijn laarzen!” zei mister Joe Allan.
“Meteen!” zei Emiel en hij verdween.
Mister Joe Allan trok zijn pantoffels uit, deed ze in de koffer, sloot deze en wachtte op kousenvoeten.
Er werd geklopt.
“Binnen!”
Het was Kai.
“Zo zo, dus je bent er”, zei mister Joe Allan. “Je komt nog drie punten te kort.”
“Dat geeft niks”, zei Kai. “Hier komt nummer 1.”
De liftboy kwam binnen met de laarzen.
“Dank je”, zei mister Joe Allan. Tijdens het aantrekken keek hij om zich heen.
“Nou, waar is dat punt?”
“Op de zolen van uw laarzen”, zei Kai.
“Dat had je me ook van tevoren wel eens kunnen zeggen”, bromde mister Joe Allan. Nu moest hij de laarzen weer uittrekken, want hij kon het been met de laars niet hoog genoeg optillen.
TUT stond er op de zool.
“De koffer moet direct naar het station”, zei mister Joe Allan.
(wordt vervolgd)