Hoofdstuk 13
De heer Vliegenfluit
hoort vliegen fluiten
‘Vliegen?’ dacht Vliegenfluit en hij bleef staan.
Pats, die was raak en pats die ook!
Het waren geen vliegen, maar erwten, stelde Vliegenfluit vast. En die werden afgevuurd door katapulten.
Hij verkeerde in een uiterst onaangename situatie.
Maar ook nu liet Vliegenfluit zich kennen als iemand die erboven stond. Hij haalde zijn zakdoek tevoorschijn en wuifde ermee, terwijl hij riep:
“Wapenstilstand! Vrede! Trek je terug!”
Daarop keerde hij zich om en trok zich in galop terug.
Tot de avond wachtte hij voor het oude station, maar de twee figuren kwamen niet voor de dag. Het was werkelijk pech. Vliegenfluit had zich er zo op verheugd twee vliegen in een klap te vangen.
14. Een minuut en
twee punten te weinig
De heer Koebalski stond versteld. In de vuile wachtkamers van het oude station wemelde het van de net zo vuile straatjongens. Er waren werkplaatsen ingericht, een schilderswerkplaats, een kantoorhoek, er waren planken over schragen gelegd en daarvoor stonden oude kisten, die dienst deden als stoelen. Olieverf, inkt, en stijfsellijm stond in bakken of teiltjes, penselen, pennen, stapels enveloppen stonden er en een berg flarden papier, die in de tocht fladderden. Hier was de grote reclamecentrale van De Zwarte Hand.
Maar de jongens waren niet aan het werk. Ze schilderden geen affiches, schreven geen brieven, maar stonden er met radeloze gezichten bij. Ze dachten allen aan het bevel van de stadscomman-dant: 'Wie de bevelen negeert, wordt neergeknald!'
(wordt vervolgd)