Zangeres Zonder Naam (8)
De druk van de fans – mooi om ze te hebben, maar ze kunnen ook heel erg lastig zijn – was niet altijd even gemakkelijk te verwerken, maar de grootste geestelijke vermoeidheid werd toch wel veroorzaakt door de jarenlange onderwaardering die ze had moeten ondergaan.
Ze heeft zich het overgrote deel van haar leven gediscrimineerd gevoeld, zich teweergesteld tegen de aanvallen op haar repertoire en op haar verschijning, om over de boycots die zij bij verschillende omroeporganisaties moest ondervinden maar niet te spreken. Door de jaren heen voortdurend geconfronteerd en geplaagd door haar lichamelijke handicap was het leven, ondanks alles successen op de bühne en met de platenverkoop, vaak in mineur getoonzet.
De grootste belediging die zij moest verwerken was in 1975, toen zij van de Stichting Conamus de Gouden Harp kreeg. Haar door een competente jury toegewezen vanwege de grote sociale en culturele taak die zij verrichtte met het brengen van het levenslied, dat steeds vele mensen ontroert, blij en gelukkig maakt, zoals dat door o.a. Willem Duys, Joost den Draayer en Warry van Kampen was geformuleerd: ‘Zij heeft haar werk met des te meer overtuiging kunnen doen omdat zij een deel van haar leven aan bed gekluisterd was en daardoor min of meer buiten de maatschappij stond’.
Dat ook grote kunstenaars heel klein kunnen zijn bewees Wim Ibo, die vanuit zijn ivoren cabarettoren liet weten dat door deze toekenning de waarde van de onderscheiding enorm was gedevalueerd en dat Conamus niet meer als een culturele instelling mocht worden beschouwd. Kortom hij vond het een belediging voor al die vijftig anderen die eerder de Gouden Harp hadden ontvangen. Die was nu op de markt zelfs geen daalder meer waard, vond ook Cor Lemaire, die Ivo steunde.
Voor mannen als Gerrit den Braber, een van de fijnste tekstdichters van ons land, Han Dunk, ook een grote, en de begaafde Rogier van Otterlo, die tegelijkertijd waren onderscheiden, was het eerbetoon aan Mary Servaes geen reden om de harp meteen al aan de wilgen te hangen. Zij namen hem dankbaar in ontvangst. Het was Albert Mol overigens een eer om de Zangeres Zonder Naam de harp te mogen opspelden.
(wordt vervolgd)